Zoeken

Expertpanel

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle updates!

RSS Duurzaam Gebouwd Volg Duurzaam Gebouwd op LinkedIn Volg Duurzaam Gebouwd op Twitter

Cradle to Cradle heeft dringend Publiek Private Samenwerking nodig

Cradle to Cradle heeft dringend Publiek Private Samenwerking nodig

In Nederland bestaat al sinds 2006 veel aandacht en enthousiasme voor het duurzame recycleconcept Cradle to Cradle. Eind 2007 voorspelde Hans Weijers, CEO van Akzo, echter met grote stelligheid dat de goeroestatus van de bedenkers van Cradle to Cradle, Michael Braungart en William McDonough, in Nederland niet langer dan twee jaar zou duren.

Minister Cramer riep op haar beurt congresbezoekers op om een Nederlandse naam te verzinnen voor Cradle to Cradle. Exit Braungart en McDonough? Is het gedaan met Cradle to Cradle en krijgen we een echte Hollandse naam voor het model van de hyperrecycling? Het zou zo maar kunnen dat Weijers en onze minister in 2009 hun gelijk krijgen.

Er dreigt daarmee een gemiste kans. Het goeroegedoe rondom de bedenkers van Cradle to Cradle is natuurlijk nergens goed voor. Daar moeten we vanaf. Dat is beter voor iedereen. Niet in de laatste plaats voor Braungart en McDonough zelf. We moeten echter niet het kind met het badwater weggooien.

Het verliezen van de naam Cradle to Cradle (C2C) zal schadelijk zijn voor vele duurzame ontwikkelingen die op dit moment gaande zijn. Bovendien biedt Cradle to Cradle uitzonderlijke kansen voor de positie van Nederland in de wereld. Het is daarom noodzakelijk dat Braungart en McDonough, maar ook het Rijk en andere betrokkenen, in actie komen en de regie ter hand nemen.

Veranderingen zijn namelijk dringend nodig rondom C2C. Gebeurt dat niet, dan wordt de huidige C2C-hype de zoveelste gemiste kans voor de duurzame zaak. We kunnen ons echter geen gemiste kansen meer permitteren. Waarom dat zo is? Hieronder zullen wij dat toelichten.

1 De business Cradle to Cradle

C2C als consultancy- en certificeringbusiness
Op dit moment is C2C voor Braungart en McDonough toch vooral een model voor het adviseren van bedrijven bij het ontwikkelen van volledig recyclebare producten. Die producten moeten dan voldoen aan de door henzelf opgestelde C2C-certificeringeisen. Tot op heden hebben ze samen ongeveer honderdvijftig producten gecertificeerd. Op zich een aantal dat er wezen mag, maar wereldveranderend is het natuurlijk niet.

Een massale en breed gedragen ontwikkeling en certificering van C2C-producten verwachten wij ook niet. Dit vanwege de door Braungart en McDonough gekozen strategie om C2C-consultancy en C2C-certificering in één hand te houden. Hun hand. Gevolg daarvan is dat als een bedrijf een Cradle to Cradle product wil ontwikkelen en een certificaat wil bemachtigen, er geen andere keuze is dan in zee te gaan met een van de adviesbureaus en certificeerders die aan Braungart en McDonough gelieerd zijn. In de huidige situatie is er dus geen mededinging. Daar moet dringend verandering in komen.

De kansen voor C2C ingeval van intra-brand mededinging
Door het ontbreken van mededinging dreigt een verkokering rondom C2C die potentieel afbreuk doet aan de kracht van C2C als instrument om duurzaamheid in Nederland aan te jagen. Zonder mededinging kunnen uurtarieven en advieskosten mogelijk te hoog zijn. Zonder mededinging is er ook een beperking en vertraging in de ontwikkeling van Cradle to Cradle-producten. Alle andere advies- en onderzoekbureaus staan immers buiten spel.

Dit levert voor deze bureaus een commerciële noodzaak op om (naast C2C) onder verschillende andere merknamen gelijkwaardige concurrerende activiteiten te gaan ontwikkelen. Daardoor ontstaat de zogenaamde inter-brand mededinging. Op zich niets mis mee, maar een brede duurzaamheidbeweging rondom C2C is daar niet mee geholpen.

Een dergelijke mededinging past ook niet bij het bijzondere enthousiasme rondom Cradle to Cradle in Nederland. Een enthousiasme dat Braungart en McDonough delen en de reden is dat zij graag zouden willen dat Nederland Cradle to Cradle breed gaat toepassen.

Wij hebben dan ook een uitgesproken voorkeur voor intra-brand mededinging. Daarmee ontstaat evenzeer de noodzakelijke concurrentie, maar dan onder één en dezelfde (paraplu)naam, te weten Cradle to Cradle. De herkenbaarheid van goede duurzame ontwikkeling wordt daarmee voor het publiek veilig gesteld en versterkt. Daardoor wordt massacommunicatie mogelijk en dat is een vereiste voor het werkelijk in gang kunnen zetten van een beweging naar een duurzame samenleving.

Intra-brand mededinging onder de naam Cradle to Cradle zou voor Braungart en McDonough bovendien het passend antwoord vormen op de aanzwellende kritiek die zij krijgen.

Openlijke kritiek op de consultant die zijn eigen werk certificeert
In de Amerikaanse media wordt inmiddels openlijk kritiek geuit op het feit dat Braungart en McDonough zowel C2C-consultancy als C2C-certificering in eigen hand blijven houden. Die kritiek is terecht. Dit levert namelijk niet alleen beperkte mededinging op, maar ook de spreekwoordelijke situatie dat de slager zijn eigen vlees keurt. Voor iedereen de zich met C2C associeert levert dit afbreukrisico’s op. Dat moet en kan voorkomen worden.

Laten wij voorop stellen dat er geen reden is om te twijfelen aan de oprechtheid en de goede bedoelingen van Braungart, McDonough en de aan hen gelieerde ondernemingen. Het is zelfs te begrijpen dat in de aanvangsfase van een nieuw certificeringsysteem veel zaken nog in één hand worden gehouden. Maar in een verstandige strategie zouden Braungart en McDonough hun C2C-idee niet langer aan deze kritiek blootstellen. De tijd is nu gekomen om veranderingen door te voeren.

Indien deze omslag door hen niet gemaakt wordt, dan mag verwacht worden dat de komende jaren wereldwijd slechts beperkte aantallen nieuwe Cradle to Cradle producten zullen worden ontwikkeld. Dat zou jammer zijn want dan missen we de kans op een grootschalige beweging rondom productinnovatie.

De aanzwellende kritiek zou ook negatieve consequenties kunnen hebben voor het bezielende en positieve effect dat C2C ontketend heeft in de publieke opinie. Wij noemen dat gemakshalve maar het effect van het 'verhaal' Cradle to Cradle. Dat unieke verhaal kan de drijvende kracht worden achter een brede duurzame innovatie. Indien we dat zouden verspelen gaat een nog veel grotere kans verloren.

2 Het verhaal Cradle to Cradle

Een gedroomde nieuwe wereld
Naast de producten is er het 'verhaal' Cradle to Cradle. Een verhaal dat eigenlijk iedereen inspireert. Het is een aansprekende visie op een toekomst waarin de mens in harmonie met zijn omgeving leeft en met zijn (economisch) doen en laten continue zal zorgen voor sociale en ecologische meerwaarde. Een wereld waarin productieprocessen schoon zijn, ecosystemen worden geïntegreerd in onze steden en gebouwen, producten na gebruik zijn te ontmantelen in waardevolle grondstoffen en de consument geen vervuiler meer is.

Het verhaal wordt ondersteund met voorbeelden van producten zoals Cradle to Cradle kantoorstoelen. Die vinden inmiddels gretig aftrek in Nederland. Maar het is niet zozeer dat mensen geïnspireerd raken door een bureaustoel. Wat mensen inspireert is dat die stoel het bewijs vormt dat het verhaal Cradle to Cradle geen utopie hoeft te zijn.

Braungart, McDonough en de gebroeders Wright
Braungart en McDonough zijn in essentie meesterlijke verhalenvertellers. Daar ligt een grote kracht die nog niet tot volle wasdom is gekomen. Het is alsof de gebroeders Wright in 1903 na de eerste gemotoriseerde vlucht in de geschiedenis (die welgeteld 12 seconden duurde en waarmee 36 hele meters werden overbrugd) je toespreken en een beeld schetsen van een nieuwe toekomst waarin er vliegtuigen zullen zijn die meer dan 500 passagiers tegelijkertijd trans-Atlantisch kunnen vervoeren.

Wie er in 1903 in zou hebben willen geloven, zou aan dat eerste door de gebroeders Wright zelve geleverde stukje bewijs van gemotoriseerde luchtvaart genoeg hebben. Want als je 36 meter kunt vliegen dan moet het ook 360 meter kunnen of 3600 meter en waarom dan op enig moment niet trans-Atlantisch?'

3 De emotie Cradle to Cradle

Weg met het 'no we cannot'
Zoals het met gemotoriseerd vliegen is, zo is het ook met Cradle to Cradle. Als je een stoel volgens dit concept kunt maken, waarom dan op termijn geen gebouw, televisie of vliegtuig? Als gebouwen meer energie kunnen opwekken dan voor de exploitatie ervan nodig is, waarom zouden op termijn dan niet al onze gebouwen schone energieleveranciers kunnen worden?

En als een vervuild terrein getransformeerd kan worden naar een fabriekslocatie waar mensen graag werken en waar groen, schoon water en vogels terugkeren, waarom zou dan niet iedere gebiedsontwikkeling sociale en ecologische meerwaarde kunnen creëren?

Het idee van een Cradle to Cradle wereld zet mensen aan om het oude 'no we cannot-adagium' in te ruilen voor een 'yes we can-mentaliteit'. Het inspireert tot daadkracht zonder te vervallen in onhaalbaar idealisme. Het daagt mensen uit ambitieuzer te zijn, grootser te denken en te durven dromen.

In deze tijd waarin Nederland en de wereld bedreigd worden door klimaatverandering en we een snelle en grootschalige overgang naar duurzame energie moeten zien te bewerkstelligen, is dat een zegen.

4 De Cradle to Cralde energietransitie

De vreedzame revolutie van zijne Koninklijke Hoogheid
Als Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem Alexander tijdens de World Future Energy Summit voor een vreedzame revolutie pleit, die moet leiden naar een nieuw duurzaam energiesysteem met een voorname rol voor zonne-energie, dan is duidelijk dat duurzaamheid inmiddels geen (partij)politieke kwestie meer is. Het is een noodzaak en eerste levensbehoefte geworden. Iets dus dat iedereen hier ten lande maar ook daarbuiten aangaat.

De visie van Prins Willem Alexander dat zonne-energie een voorname rol moet spelen in de energietransitie is in lijn met het C2C-uitgangspunt 'use current solar income'. Maar hoe krijgen wij die transitie voor elkaar als een van de meest gehoorde 'no we cannot - argumenten” is dat niemand aan de zonnecellen wil omdat het “nog niet rendabel is'. Zoiets werkt immers demotiverend.

Het Rijk kan met C2C draagvlak creëren voor een snelle overgang naar duurzame energie
De schuld voor vorenbedoelde demotivatie wordt, misschien niet geheel onbegrijpelijk, door velen gelegd bij het Rijk. De redenering laat zich raden. De vraag of bepaalde technisch innovatieve oplossingen al dan niet rendabel zijn, is een uitvloeisel van 'law and economics'; het is het gevolg van politieke keuzes.

Als we erop moeten wachten dat het OPEC-kartel de olieprijzen zo beïnvloedt dat we massaal overstappen op zonne-energie, dan vallen Pinksteren en Pasen op één dag. We moeten dus gewoon keuzes durven maken. Scherpe keuzes. En die vragen om draagvlak. En dat draagvlak kan gecreëerd worden met inzet van het verhaal Cradle to Cradle als massa communicatiemiddel.

Burgers zullen makkelijker geïnspireerd raken van het idee dat we samen de mouwen opstropen om als eerste land in de wereld de overgang te maken naar een door zonne-energie aangedreven circulaire economie (want daar staat C2C op hoofdlijnen voor) dan van het idee dat we nog jaren met elkaar blijven bediscussiëren of CO2 opvang onder de grond of kernenergie de oplossingen voor een duurzame wereld zijn. Als dit de oplossingen worden voor een duurzame toekomst, dan zal dat niet tot bevlieging en eensgezindheid in de samenleving leiden.

5 De PPS Cradle to Cradle

Een open structuur voor C2C
Om Cradle to Cradle te kunnen laten slagen in Nederland alsook om het als middel tot massa- communicatie te kunnen inzetten, zal de Nederlandse overheid en Braungart en McDonough samen moeten gaan werken aan een open structuur rondom Cradle to Cradle. Waarborging van de kwaliteit van het concept en waarborging van elkaars belangen is daarbij essentieel.

Een PPS en een onafhankelijk certificeringsinstituut
Voor de (samenwerkings)vorm ligt het voor de hand dat een Publiek Private Samenwerking (PPS) wordt vormgegeven. Daarin kunnen, naast het Rijk en Braungart en McDonough, bijvoorbeeld ook de transitiedenkers van het Dutch research institute for transitions (Drift) deelnemen. Samen kan dan worden toegewerkt naar een onafhankelijk Cradle to Cradle certificeringinstituut dat gezamenlijk wordt opgericht. De samenwerking zal C2C daadwerkelijk positioneren als een erkend transitiemodel.

Op die manier kan iedereen met Cradle to Cradle aan de slag. Ieder bedrijf kan zelf zijn C2C producten ontwikkelen en kan zelf zijn onafhankelijke adviseurs kiezen. Dat verhoogt de mededinging, drukt de kosten en maakt het mogelijk dat er veel meer C2C-producten en andere C2C-ontwikkelingen kunnen ontstaan. Vele handen maken immers licht werk. Daardoor wordt de C2C-markt stukken groter, zal de naam Cradle to Cradle en het (energie)transitiemodel waar het voor staat, bredere nationale en internationale bekendheid gaan genieten en kan de gewenste duurzame innovatie in de breedst denkbare vorm een vlucht nemen.

Samen een wereldveranderende transitie in gang zetten
De kwaliteit van de C2C-ontwikkelingen wordt gewaarborgd omdat het onafhankelijk instituut daar door middel van certificering over waakt. Dit instituut kan ook met publieke middelen worden gefinancierd zodat het certificeringsysteem verder kan worden ontwikkeld en verbreed. Bovendien kan dit instituut sturen op de nodige veranderingen in wet- en regelgeving om zo C2C-innovaties en een nieuw transport- en distributiesysteem van grondstoffen in Nederland mogelijk te maken.

Dit onafhankelijke instituut zal zich in eerste instantie op de Nederlandse markt richten maar zal (indien het goed werkt en ieders belangen dient) ook kunnen uit groeien tot hét instituut dat wereldwijd richting geeft aan C2C-certificeringen en -ontwikkelingen.

Nederland kan op die manier de proeftuin voor duurzame en innovatieve ontwikkeling zijn en daarmee een voorbeeld voor andere landen worden. Wij Nederlanders zullen het voortouw nemen om een door de zon aangedreven circulaire economie op te bouwen. Dit zal mensen wereldwijd inspireren en tot verandering aanzetten. Ook de internationale status van Braungart en McDonough, als founding fathers van een concept dat zij mee doorontwikkelen naar een wereldveranderend model, zal dienovereenkomstig groot zijn. Iedereen zal daar garen bij spinnen. We kunnen, als we durven, samen een wereldveranderende duurzame transitie in gang zetten.

6 What's in a name?

Mocht niet gekozen worden voor een model als het bovenstaande, dan zien wij niet in hoe in Nederland overheden, kamers van koophandel, stichtingen en anderen mee kunnen blijven werken aan het uitdragen en intensief promoten van Cradle to Cradle.

Juist door de promotie van deze partijen is de naam Cradle to Cradle in Nederland zoveel groter geworden dan in de rest van de wereld. Maar als het promoten van deze naam slechts de commerciële belangen van enkelen dient, terwijl de maatschappelijke beweging daardoor gefrustreerd wordt, dan wordt het tijd voor een andere naam.

Wij zouden een andere naam voor Cradle to Cradle niet toejuichen want het betekent dat we de onder 5 geschetste win/win situatie moeten inruilen voor een situatie waarin er alleen maar verliezers zijn. Vooralsnog vertrouwen we er dan ook op dat alle partijen (zullen) inzien dat een PPS en een onafhankelijke certificering, de enige opties zijn om met Cradle to Cradle tot een wereldveranderende duurzame transitie te komen.

Het Rijk zal ongetwijfeld onderkennen welke kracht uitgaat van een connectie tussen Cradle to Cradle en de energietransitie. Braungart en McDonough zullen zich op hun beurt ongetwijfeld realiseren dat Cradle to Cradle groter is dan zijzelf; net zo goed als de luchtvaart groter bleek te zijn dan de gebroeders Wright.

Volgens ons staat niets er aan in de weg om naar deze inzichten te gaan handelen.

Roger Cox en Bert Lejeune, transitieadvocaten bij Paulussen Advocaten te Maastricht

Roger Cox  |  maandag 23 februari 2009  |  23 reactiespermalink

Reacties

Dit artikel sluit aan bij onze dagelijkse praktijk van het ontwerpen en realiseren van gezonde leefwerelden en gebouwen. Het wordt inderdaad zaak dat C2C certificering onagfhankelijk gedaan wordt van McDonough & Braungart. Technyloop is bijvoorbeeld ook een certificaat dat gebaseerd is op de C2C gedachte en functioneert. Het is inderdaad zo dat C2C verder gaat dan de (finaciele)belangen van McDonough & Braungart. Het is in ons aller belang. Overigens hebben McDonough & Braungart het C2C verhaal ook van iemand anders geleend, namelijk van de Zwitser Stahel. McDonough & Braungart waren alleen beter instaat om het te 'verkopen' Maar betekend dat in dit geval ook dat ze uitbundig kunnen cashen? Het is een unieke gedachte / fylosofie maar niet persoonsgebonden lijkt me. Niet te min blijft het (nood)zaak vanuit deze gedachte te ontwerpen en te redeneren. Het is bovendien leuk om te doen.

reactie door Menno_Lam  |  maandag 23 februari 2009 @ 15:12 uur

Een van de vragen die bij dit stuk naar boven komen is of we wel zo ver willen gaan in het officieel ondersteunen van een commercieel gedachtengoed waar nogal wat kritiek op is vanuit verschillende hoeken. Het is alom bekend dat McDonough & Braumgart constructies maken waarin ze non-profits gebruiken voor commercieel onderzoek, de certificering voor grote mate op economische belangen is gesteund, en dat met C2C een antal hele balgrijke gezondheids en toxiciteitsproblemen totaal buiten beschouwing blijven. Zo kan C2C een commerciele valkuil worden. Waarom het niet blijven zien als een geinspireerd thema, dat een bijeenraapsel is van bestaande, oudere ideeen (zoals opgemerkt o.a. Stahel) over kringloop van grondstoffen op inzichtelijke wijze herkenbaar en toepasbaar gemaakt? Het commercialiseren en officieel certificeren van C2C lijkt mij een net zo'n groot potentieel probleem als LEED als gebouwencertificatie is geworden.

reactie door Tom Bosschaert  |  maandag 23 februari 2009 @ 16:32 uur

@Tom C2C is inderdaad een inspirerend gedachtegoed, zoals er wel meer zijn in mijn ogen (bv. The Natural Step). Certificaten doen 't nou eenmaal goed om een basis in de markt te leggen. Het commerciële aspect van C2C vormt voor de overheid inderdaad een probleem. Hoe inspirerend ook, je kan geen C2C product gaan afnemen als het hele certificatiesysteem in handen is van enkele aanbieders. Dan krijg je m.i. vergelijkbare problemen als op gebied van software bij de overheid. Tenzij het een opener certificatiesysteem wordt waar een onafhankelijke partij (stichting oid) de certificaten verstrekt, zoals het Max Havelaar of EKO-keurmerk, kan de overheid weinig anders doen dan wat Cramer nu doet: goede elementen overeind houden en andere naamgeving verzinnen. Ik ken de details van de discussie overigens niet (en dat hou ik graag zo :-)

reactie door Krispijn  |  maandag 23 februari 2009 @ 19:28 uur

Vreemd Roger, waarom vermeld je niet bij dit stuk dat jij ook degene bent die ooit het "Lets cradle" congres organiseerde, toegangsprijs tussen 450 en 695 ex BTW p.p.? (Met als doelstelling om nog 20 van dit soort congressen te gaan geven?) Volgens mij waren er 650 deelnemers tijdens dat eerste congres. D.w.z. dat het congres minstens 300 duizend (tot maximaal bijna 500 duizend) euro aan entree opbracht. Vanwaar dan nu je kritiek op het feit dat de kennis die Braungart en McDonough verspreiden niet altijd gratis is (vaak ook wel)?

reactie door Diana  |  dinsdag 24 februari 2009 @ 19:05 uur

Aan Diana, Wij hebben inderdaad ook het Let's Cradle congres georganiseerd en het klopt dat daar voor betaald moest worden. Aan de stichting Planet Prosperity Foundation wel te verstaan. Overigens is dat congres tegen kostprijs georganiseerd en zonder winstoogmerk. Bedenk dat er daarna gelijksoortige tweedaagse C2C congressen zijn georganiseerd waar door commerciële partijen soms het driedubbele aan toegang is gevraagd. Kaartjes van meer dan € 1.500,-! Dan weet ook jij dat bij ons alles tegen kostprijs is gegaan. Niet in de laatste plaats omdat wij als eerste C2C congres in de wereld (naast ons werk) al het voorwerk hebben moeten verrichten dat vervolgens vrij eenvoudig door andere (beter betaalde) buereaus is overgenomen. Dat is ook prima en zelfs gelukkig; anders hadden we deze C2C-congressen mogelijk zelf moeten blijven organiseren en ik kan je verzekeren...jij liever dan ik. Kennelijk lees je in ons stuk dat niemand er geld mee zou mogen verdienen en dat we Braungart en McDonough hun succes zouden misgunnen. Verre van. Ik voel me zelfs verbonden met hun. Zij mogen en moeten er geld mee verdienen en van mij mag dat ook zoveel mogelijk zijn. Sterker nog, ik denk dat ze met het model dat wij voorstaan meer geld kunnen verdienen dan ooit (voorzover ze dat van belang zouden vinden). Het gaat ook niet om het vrij weggeven van kennis want dat daar zit het probleem helemaal niet. Het gaat erom dat in de huidige setting C2C geen echte transitie in gang kan zetten en dat als we echt maatschappijveranderend bezig willen zijn, een andere aanpak nodig is. Lees het stuk anders nog eens. Hoop in ieder geval dat deze reactie dingen verduidelijkt. Zo niet, laat het weten. Groet, Roger Cox

reactie door Roger Cox  |  dinsdag 24 februari 2009 @ 23:49 uur

Het betoog van Cox en Lejeune is mij uit het hart gegrepen. Ik ben werkzaam bij de Provincie Limburg en deze provincie ondersteunt de introductie en toepassing van het C2C-gedachtegoed zoveel mogelijk. Dit doet zij i.s.m. andere partijen zoals diverse gemeenten, de KvK, LIOF. Intussen is ook een groot aantal bedrijven actief bezig met C2C toepassingen in materialen, producten en processen. Ook (gebieds)ontwikkelingen zoals Klavertje4 en Floriade2012 laten zich inspireren door het C2C-gedachtegoed. Hierbij ervaren deze partijen de problemen zoals geschetst door Cox en Lejeune. Behalve dat de "slager zijn eigen vlees keurt" wordt ook het probleem ervaren dat "de slager het vlees niet kan leveren", m.a.w. de advisering over C2C door de aan Braungart gelieerde partijen blijft achter in tempo en kwaliteit. Daarom is er dringend behoefte aan een open standaard, die in mijn optiek wel i.s.m. Braungart en DRIFT (waar Braungart intussen 1 dag/week werkzaam is) ontwikkeld zou kunnen worden. En die standaard zou niet alleen op materialen en producten toepasbaar moeten zijn, maar ook voor gebouwen en gebiedsontwikkeling. Een complexe opdracht, maar het doel van duurzame ontwikkeling is dit wel waard. M.i. zouden de overheden gezamenlijk hiervoor een opdracht moeten wegzetten. Ik doe in elk geval mijn best om met het ministerie van VROM zover te komen. Nog een opmerking voor Diana: Het door Cox georganiseerde congres in november 2007 is qua sfeer en emotie het beste dat ik ooit heb meegemaakt. Vrijwel iedereen had het gevoel van "yes, we can; let's do it". Daarmee is Cox, naast Rob van Hattum (Tegenlicht) m.i. een van de weinige personen die de C2C-beweging in Nederland op gang hebben gebracht. En als Cox c.q. de Stichting Planet Prosperity Foundation daaraan financieel iets heeft overgehouden, is dat helemaal niet erg.

reactie door Paul Levels  |  woensdag 25 februari 2009 @ 09:50 uur

Is het een eenvoudig gedachtengoed? Ja, zou ik zeggen, want kringlopen zijn ouder dan de mensheid. Is het daarmee een eenvoudig te realiseren principe? Verre van dat, zo blijkt in allerlei praktijken: product- en gebiedsontwikkeling en bijvoorbeeld de bouw. Is het eenvoudig om aan te wijzen wie eigenaar is van het gedachtengoed? Nee, dat vraagt ook al een antwoord met allerlei differentiaties. Kan de overheid een centraal sturende rol spelen? Nee, dat zou ik niet denken en sterker nog, ook niet willen. De kracht van het concept is dat het aanspreekt en dat velen er nu mee aan de slag gaan. Die implementatie gaat heel veel verschillende opvattingen opleveren omdat de praktijk heel erg mee bepaald wat het succes kan zijn. In iedere context zal er iets anders ontstaan. Dat is goed, zeker als we het onderdeel weten te maken van ons gezamenlijk ontwikkelingsproces. Dat soort leerprocessen vragen deskundige inbreng, maar vooral ook veel 'vallen en opstaan'. Wat is de kracht van C2C dan? dat komt telkens weer neer op een paar punten: - maatschappelijk mobiliserend: zelden heb ik meegemaakt dat een thema als dit alle zalen vol krijgt en mensen en bedrijven van de ene op de andere dag in beweging brengt; - the next step: het is een stap verder in denken en doen. daarvoor hebben we veel kennis beschikbaar, die met geringe inspanning een stap verder gebracht kan worden door C2C; - fase van ontwikkeling: natuurlijk zijn we in de eerste fase vrijwel volkomen afhankelijk van de bedenkers (baby), als we beginnen te iontdekken dat de wereld veel voor ons te bieden heeft, dan groeit de onafhankelijkheid (van kleuter tot puber) en dus ook de spanning met de bedenkers want we ontwikkelen eigen opvattingen en werkwijzen (de puber wordt volwassen). Dat proces is volop gaande. In een volwassen systeem hoort een goede toetsing, speelt integriteit een belangrijke rol en vinden de professionals elkaar op basis van ieders eigen kwaliteit. Dat overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen elkaar hierbij hard nodig hebben, staat buiten kijf. Roger: bedankt voor je heldere betoog.

reactie door Douwe Jan Joustra  |  woensdag 25 februari 2009 @ 13:36 uur

Onderschrijf vorm en inhoud van Cox en Lejeunes's betoog volledig. .. Dit is de volgende stap in denken en met elkaar tot handelen komen: de door allen - iig oorspronkelijk- nagestreefde doelen toetsten aan huidige praktijken. .. In de mate dat McD en B hun -iig oorspronkelijke [zie 'Hannover principles'] trouw zijn, zullen ze de door C & L kans aangrijpen om hun kindje in de grote wereld los te laten en aan het werk te zien gaan. .. Zoals McD zo mooi zegt: "for all children of all species of all times"

reactie door Emil  |  woensdag 25 februari 2009 @ 15:01 uur

Het is inderdaad zo dat Braungart en McDonough op bepaalde vlakken te ver gaan in het beschermen van "hun" intelectueel gedachtengoed, maar ik ben het er niet mee eens dat het in het publieke domein terecht moet komen. Zoals andere commercieel opgezette labels (denk aan BREEAM, LEED, Greencalc, GPR Gebouw) zijn het de bedrijven die investeringen hebben gedaan, risico's hebben genomen en daarvoor compensatie verdienen. Als alle goede ideeën uit de commercie worden gehaald, betekend dat de doodslag voor de initiatieven van bedrijven om bij te dragen aan een duurzamere samenleving. Dat wil niemand, aangezien overheid en maatschappij niet de capaciteiten of de mogelijkheden hebben om zonder commerciële hulp zulke bijdragen te leveren. Maar op punten zoals het niet vrijgeven van de lijsten met toxische stoffen gaan de samenstellers van het C2C concept in mijn ogen wel te ver. Er zal dus in mijn ogen een betere balans moeten worden gevonden in de publiek private samenwerking, waarin de rol van de onderzoekscentra als de technische universiteiten een belangrijke rol kunnen spelen. Daniël Tulp - C2C afstudeerder TU/e

reactie door Daniël Tulp  |  woensdag 25 februari 2009 @ 16:34 uur

Het mooiste zou zijn als het C2C gebeuren als een echt Open Source project zou worden aangepakt. Alles voor iedereen gratis beschikbaar, maar je mag het alleen gebruiken indien je er zelf "iets" aan toevoegt, dat ook weer beschikbaar stelt aan de rest van de community. zo bouw je samen aan een duurzame wereld. Past helemaal in deze tijdgeest en iedere deelnemer kan zich uitleven in zijn specifieke discipline en toegevoegde waarde leveren. Goed voorbeeld van deze aanpak is onder meer de Auto in de toekomst (Stichting Natuur en Milieu e.a.): http://www.cmmn.org/

reactie door Folkert van der Molen  |  donderdag 26 februari 2009 @ 11:23 uur

Een Nederlandse naam voor C2C? Wat dachten jullie van 'mijn wiegie was een stijfselkissie'? In elk geval een treffend voorbeeld van volledig hergebruik van materialen...

reactie door André Rodenburg  |  donderdag 26 februari 2009 @ 15:04 uur

Helder stuk, waarbij eindelijk ook 'open' over de toepassing geschreven wordt. dank hiervoor. Volgens mij ligt er via de DGBC bij de totstandkoming van de BREEAM NL normen een mooie kans om goede punten van C2C, BREEAM, LEED, GPR Gebouw 4.0, Greencalc+ te combineren. Dit zowel voor nieuwbouw als de bestaande bouw en met aandacht voor de gehele levenscyclus van vastgoed. Zeker de open materialendatabase wordt hierbij hopelijk een uitkomst om de juiste materialen te kunnen selecteren. Er mag wat mij betreft zeker geld verdiend worden met duurzaamheid, het is niet voor niets een deel van de PPP en ondernemerschap. André, bedankt voor invulling van de 4e P(leasure).

reactie door Joost Bennekers  |  vrijdag 27 februari 2009 @ 11:32 uur

@ Daniel: Cox en Lejeune wensen McD en B toe dat ze er rijk van mogen worden. Als gevolg van het tot realisatie komen van het systeemveranderend potentieel ervan. Dat is de clou van het stuk: stel C2C in staat op te treden als gereedschap om een systeemverandering te bewerkstelligen richting 'solar powered circular economy'. Dat kan onder de huidige inrichting rondom C2C niet en onder hun voorstel wel.

reactie door Emil  |  vrijdag 27 februari 2009 @ 14:43 uur

Ik ben het met Roger Cox eens, en ben ook erg blij met de constatering dat Bill en Michael wel degelijk in staat mogen zijn geld te verdienen met hun efforts voor C2C. Ben voor een community based approach om kennis te delen (EPEA en Michael overigens ook), en ben me ook zeer bewust van de noodzaak om C2C certificiering onafhankelijk te maken. Ik ben overigens van mening dat het belang van certificiering wat wordt overschat, en over het algemeen wordt ingegeven door de commerciele overwegingen zoals "onderscheidend vermogen" als eigenschap van het eindproduct. Het is nou eenmaal zo dat complexe structuren als een huis, een verzameling bedrijfsgebouwen, een i-pod nou eenmaal uit duizenden onderdelen bestaan die op hun beurt weer uit duizenden chemicalien bestaan, certificiering volgens het C2C systeem zou ik dan niet aanraden. LEED en BREEAM zijn dan op hun manier veel geschikter om gebouwen te "scoren". Laten we Bill en Michael niet gelijk afbranden om het feit dat zij ook nog op zoek zijn naar de beste manier om dit alles zakelijk en visionair vorm te geven. Wat dat betreft zitten we allemaal in een leercurve. Roger geeft in zijn artikel een richting aan die bewandeld zou kunnen worden, daar ben ik blij om. Uiteindelijk gaat het erom dat we C2C met zijn allen van de grond krijgen en in de praktijk gaan brengen.

reactie door Reinout Holland  |  vrijdag 27 februari 2009 @ 15:41 uur

Ik ben het eens met de stelling dat C2C een onafhankelijk certificatiesysteem moet zijn. Ik ben echter ook van mening dat, als we een produkt willen ontwikkelen, we het beste terug kunnen gaan naar de basis en dan komen we heel erg ver in het vinden van oplossingen. We zijn vaak geneigd om "over the top" te denken terwijl een oplossing vaak dichterbij is dan we denken. Daarom ben ik van mening dat een certificaat wel kan bijdragen aan een duurzaam milieu, maar dat produkten die echt duurzaam en C2C zijn, vanzelfsprekend eerder worden verkocht dan vervuilende produkten. Het heeft even tijd nodig maar het komt vanzelf. Dat merken wij bij het bouwen van onze eigen nulenergiewoning en ons nulenergiekantoor. De oplossing ligt altijd dichterbij dan wordt gedacht. Je merkt alleen dat niemand op dit moment een pasklare oplossing kan aandragen, meningen over oplossingen verschillen en er veel platforms zijn met evenzoveel meningen. "Zolang onze vingers niet even lang zijn" leren we nog steeds bij en dat zal dus altijd zo blijven. Dat is toch geweldig. De discussie over C2C is en blijft leuk maar de handen uit de mouwen steken en er echt mee bezig zijn is VEEL leuker. Ik daag jullie uit om tot actie ( uitvoering ) over te gaan. Ik spreek uit ervaring dat dit veel meer voldoening geeft dan praten. Groet Harry Knoors ( Knoors Bouw Sittard)

reactie door Harry Knoors  |  zaterdag 28 februari 2009 @ 15:04 uur

Wat een fantastisch pleidooi. Het is me uit het hart gegrepen. Ik hoop dat het op tijd komt. Op de dag van publicatie stopte cradletocradle.nl. Teleurgesteld. Een teleurstelling die ik bij enthousiastelingen van het eerste uur steeds vaker tref. Omdat de opstelling van de initiatiefnemers steeds vaker als remmend in plaats van als stimulerend wordt ervaren. Ik ben marketeer. En gegrepen door C2C. Omdat het een positieve agenda zet: goed in plaats van minder slecht. Omdat het een remedie biedt voor de spagaat tussen ecologie en economie door aan te geven dat overdaad niet per definitie schaadt. Met goede overdaad is niets mis. Omdat C2C de potentie heeft duurzaamheid mainstream te maken. Omdat het ten principale niet de concessies op de kwaliteit van ons leven vergt die slechts een bezorgde concientieuse voorhoede bereid is te doen. Omdat C2C mijn aangeboren optimisme niet afdoet maar omarmt. Dat zijn kwaliteiten die de milieubeweging node miste. Waardoor ze mijn hart nooit sneller deden kloppen. Terwijl de aarde daar om schreeuwt. Ik bespeur in mijn conservatieve omgeving dat C2C dat effect op meer 'milieulaggards' heeft. Daarin schuilt voor mij de grootste kracht van C2C. Het zou doodzonde zijn als die potentie door monopolistische neigingen teloor zou gaan. Hoezeer ik die als marketeer ook begrijp. Let's be poundwise, not pennyfullish.

reactie door Syto Goslinga  |  zaterdag 28 februari 2009 @ 20:15 uur

Reagerend als geïnteresseerde burger is mijn visie: C2C moet niet alleen een onafhankelijk certificaat zijn, dit moet ook voor de burger controleerbaar zijn. Dus géén PPS-constructie maar zo openbaar mogelijk: een onafhankelijke, onder de overheid ressorterend instituut. C2C is alleen maatschappelijk verantwoord ondernemen als consumenten ook volledige inzage hebben in de totstandkoming van certificaten.

reactie door Adelei van der Velden  |  maandag 2 maart 2009 @ 10:06 uur

Dank voor je toelichting Roger, zag de discussie even die kant op gaan terwijl er veel meer uit je stuk gehaald kan worden. Je aanvulling heeft alles verduidelijkt en in goede banen geleid.

reactie door Diana  |  dinsdag 3 maart 2009 @ 14:43 uur

Ik loop al wat langer mee en krijg steeds meer het gevoel: wat is er mis met de oude 'ladder van lansink' uit de oude afvalstoffenwet van 1979 en nu verankerd in de Wet Milieubeheer? In de jaren '90 kreeg ik als beleidsmedewerker afvalstoffen al grote en kleine bedrijven op bezoek die zochten naar een mogelijkheid om hun producten volledig recyclebaar te maken, zoals het principe van Lansink voorschreef. (voor degene die dat vergeten zijn het principe komt er op neer dat allereerst gekeken moet worden bij het vervaardigen van producten hoe het ontstaan van afval en emissies door deze producten kan worden voorkomen, zowel tijdens het productieproces, als tijdens en na de levensfase van het product) Recycling allereerst als produkt en als dat niet mogelijk was als materiaal. In sommige gevallen is dat gelukt, bijvoorbeeld de onverwoestbare en volledig recyclebare kunstofstoelen van Hartman (die ook al tientallen jaren een eigen inzamelsysteem heeft). In andere gevallen, bijv. in de vliegtuigindustrie, is dat veel minder gelukt. Maar we blijven er naar zoeken als maatschappij als we er ons van bewust blijven dat dat de weg is die we moeten bewandelen. Het C2C heeft dit bewustzijn weer een zetje gegeven. Maar het verleden heeft bewezen dat dat een weg is van lange adem. C2C of niet, certificering of niet (al zal duidelijkheid voor de consument wel een beetje helpen) Het antwoord van Braungart op de vraag van de televisiejournaliste (LINK) hoe televisie C2C gemaakt kan worden sterkt me in ieder geval niet in het geloof dat C2C 'het antwoord' zou kunnen zijn. Het antwoord kwam neer op : je moet geen televisie maken. Volkomen buiten de maatschappij dus, lijkt meer op een antwoord van de Amish-people. (en ook die bestaan al langer dan de C2C-heren). Kortom: C2C is een goed principe maar niet het ei van columbus.

reactie door Aleida van den Akker  |  woensdag 4 maart 2009 @ 12:13 uur

C2C hoeft voor mij geen onafhankelijk certificaat te zijn, Duurzaam Nederland kan wel wat onafhankelijker handelen. Kees Duijestein en anderen werkten al met het eco-divice en de driestappenstrategie voor een integrale stromen benadering in de jaren 70, Anke van Hal heeft in de jaren 90 al uitgelegd hoe duurzaamheid te vermarkten, Andy van den Dobbelsteen werkt allang beyond C2C. Jaques Vink heeft 15 jaar geleden al uitgelegd dat timebased design de passende kringloop gedachten is voor gebouwen. 2012 Architecten zijn met oostkaarten weer een stap verder. Duurzaam Nederland gaat voorbij aan de eigen deskundigheid omdat enkele wethouders liever naar een VPRO documentare kijken. C2C voegt hier niets aan toe, maar is slechts een bepering van onze rijke deskundigheid.

reactie door Machiel van Dorst  |  woensdag 4 maart 2009 @ 22:02 uur

@aleida De Ladder van Lansink is een prima gedachte, en zit dicht tegen de C2C gedachte aan, het punt dat je denk ik wel mist is dat De Ladder van Lansink geen stimulus geeft om te innoveren, ergens moet je overstappen van curve van efficiency naar effectiviteit, dat kan ook een stap terug betekenen, aangezien we dan in "virgin territory" belanden maar het is juist dat pionieren dat C2C zo leuk maakt. Daarnaast vind ik dat de Ladder van Lansink geen enkele richting geeft over onze plaats in de natuur, en onze relatie met de wereld. M.a.w het heeft geen emotie, geen vibe. De kracht van het C2C gedachtengoed is juist dat het wel een oproep doet aan je emotie. Lansink zit met name in de hoek van reduce and re-use terwijl C2C meer in de hoek van re-invent zit. Daarnaast noemt de Ladder van Lansink niets over het feit dat onze "footprint" onze invloed op de wereld een positieve invloed kan en moet zijn. Traditionele milieudeskundigen die al wat langer meelopen zijn vaak zo gefocused op het negatieve,ja ik zou haast willen zeggen een beetje verongelijkt en ze voelen zich wellicht met dit hele gedoe rond C2C wat ondergewaardeerd. Zie C2C maar als een kans om nog meer en nog positiever het vak te kunnen beoefenen (is mijn ongevraagde advies). @Machiel Je hebt gelijk dat inderdaad in NL duurzaam ontwerp energiesystemen op een heel hoog niveau ontwikkeld zijn. We moeten wat dat betreft ook van eigen kracht uitgaan. En McDonough kan en wil wat dat betreft ook van ons leren. Uitgaan van eigen kracht is een zeer goed uitgangspunt, ik denk inderdaad dat het goed is te realiseren dat we in NL een kans hebben, en die kans is om een voorsprong te nemen en verder op te bouwen op allerlei gebieden van sustainable design, laten we die kans nu grijpen, en niet te veel verzanden in discussie. Ik sprak onlangs met een amerikaan, en het viel me op dat hoewel zijn hele business in duigen lag, er geen werk was, en de vooruitzichten nog steeds veel donderwolken bevatten, hij vol optimisme was, niet liep te klagen. Hij vertelde me dat het is zoals het is, "deal with it" "get on with your life" . Een groot verschil met de Nederlandse mentaliteit waar vaak veel geklaagd wordt en nog meer gediscussieerd over hoe het nou toch fout kon gaan. C2C is een reis, we hebben allemaal een visie aangereikt gekregen door Bill en Michael van hoe de bestemming eruit kan zien. We hebben geen route en geen reisplan, we zullen moeten pionieren om er te komen. Laten we dat nu maar gaan doen, en laten we ons realiseren dat we op bepaalde gebieden al een eind op weg zijn, maar we moeten het wel zelf doen.

reactie door reinout holland  |  vrijdag 6 maart 2009 @ 09:06 uur

@machiel Dat MB zegt dat we geen televisie mogen kijken bewijst maar weer eens dat hij ook niet alle antwoorden heeft. En je hoeft maar een paar van zijn lezingen bij te wonen om te zien dat hij zeer eco-efficient met zijn pakken omgaat in plaats van eco-effectief. Dus practice what you preach gaat niet altijd op. Ik denk ook dat iedereen zal beamen dat er al van alles is en was. Er zijn MB en WM velen voorgegaan. Maar al deze velen hebben zich voorzover ik weet nog niet zo aansprekend en poetisch een wereld neergezet waar we met elkaar in willen leven. Een wereld die gezond is en niet gelijk is aan terug naar de beren vellen. C2C weet beter het onderbuik gevoel dat iedereen heeft te vertolken in een verteerbaar geheel. Zoals Reinout ook al opmerkt. Mensen vinden het nu eenmaal prettiger om te horen dat we niet korter hoeven te douchen als we een high tech C2C waterkringloop installatie in ons huis plaatsen en het water met renewabels verwarmd wordt. De onderliggende waarheid is nog steeds dat als je het systeem niet verandert je natuurlijk wel korter zou moeten douchen. Dat weet iedereen. De oude school duurzamen zeggen doe niet, doe niet, doe niet. In plaats van je mag er zijn, wees creatief en maak er wat moois van. Doe niet, is nou eenmaal niet iets waar je hart sneller van gaat kloppen. En daarom is Cradle to Cradle zo ontzettend mooi. Het geeft je de oplossingen en de problemen in een. Het kiest een Nelson Mandela achtige benadering door mensen te laten weten dat ze er mogen zijn en dat we geen "sorry dat ik besta" hoeven te zeggen als we oud worden. Het enthousiasmeert en stimuleert mensen om creatief te zijn en die energie is precies wat nodig is om verder te komen, zonder de ogen te sluiten voor wat mis is. Omdat het verrekte moeilijk is om een energie-transitie op gang te krijgen in een fossiel(e energie) systeem waarin we allemaal verankerd zitten, is dat goud waard. Dat we het C2C plaatje nog moeten invullen met elkaar, met alle systemen/certificeringen die er al waren en ook streven naar de C2C uitgangspunten lijkt mij voor zich te spreken. Het is uiteindelijk iets wat je samen moet willen realiseren. Het is gelijk aan het yes we can gevoel. Dat gaat ook altijd gepaard met een alinea over alle dingen die mis zijn. B&M zijn net als Obama geen Merlijn De Tovenaar die alles op gaan lossen. Ze geven alleen op een prachtige manier een mooi en haalbaar toekomstbeeld (kijk maar naar die producten die al C2C zijn) weer waarmee we -flink geinspireerd- aan de slag kunnen...... Maar -en daar gaat het artikel van Bert en Roger over- dan moeten we er wel mee aan de slag kunnen natuurlijk... en dat kan alleen als je de naam commercieel kunt gebruiken. En Reinout, althans zijn werkgever Tebodin, kan dat wel omdat deze partij met MB al een samenwerking is aangegaan. Reinouts (kritiekloos) enthousiasme is dan ook zeer goed te begrijpen. Voor veel partijen geldt echter dat ze in een fuik terechtkomen waar alleen enkelen doorheen sijpelen. Het is deels vergelijkbaar met de situatie waarbij maar 2 artsen samen binnen een paar dagen 500.000 vaccins mogen toedienen. Die artsen zijn wel competent maar ze kunnen eenvoudig niet in die paar dagen die vaccins toedienen. Ook niet als ze helemaal niet slapen. Een tijdelijke PPS richting een onafhankelijk certificering systeem zou het fuik probleem van C2C kunnen oplossen. En zelf ben ik -hoewel ik ook meen dat iedereen die innovatief bezig is daar flink zijn/haar boterham mee mag beleggen- wel van mening dat C2C beschermd en wel in het publieke domein terecht moet komen, omdat het nu eenmaal wordt gecommuniceerd als iets van het publiek domein. Het is ook in potentie een krachtig medicijn tegen wereldwijde on-duurzaamheid. In ieder geval vanuit inspiratorisch oogpunt. De vrije marktwerking mag dus van mij best een beetje - zij het met zorg voor de bedenkers- een duwtje de goede richting in krijgen.

reactie door Saskia Cox-Steenbergh  |  maandag 9 maart 2009 @ 23:24 uur

Heldere uiteenzetting Saskia. Scherp gezien en onder woorden gebracht. Helemaal mee eens.

reactie door Menno Lam  |  dinsdag 10 maart 2009 @ 14:29 uur

Reactie plaatsen

Bevestigingscode