Zoeken

Expertpanel

Blijf op de hoogte

Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle updates!

Ontstaat er door duurzaamheidmeetsystemen betere architectuur?

Ontstaat er door duurzaamheidmeetsystemen betere architectuur?

Het is duurzaamheid wat de klok slaat in de huidige bouwpraktijk, het ene duurzaamste gebouw van Nederland wedijvert met het andere.

 Je zou zeggen geweldig, eindelijk is een duurzaam gebouw iets wat men graag wil hebben. Maar alle goede intenties ten spijt ontstaat er juist door die competities ook op dit moment een uitholling van het begrip duurzaamheid.

Want wat is nu een duurzaam gebouw?  Is het energieneutraal en dan ook nog in het gebruik, moeten de materialen allemaal kunnen worden gerecycled, moeten mensen er gelukkig in worden of .....

Duurzaamheid uitgehold
Mijn definitie van duurzaamheid is dat je met dezelfde middelen een gebouw maakt dat beter presteert zowel in technische als in menselijke zin.

Kortom de begrippen rond duurzaamheid zijn eindeloos en daarom kan iedereen roepen dit is het meest duurzame gebouw van Nederland. Het is altijd waar en daarom holt het begrip duurzaamheid steeds stiekem meer en meer uit.

Ranking
Maar geven de meetsystemen zoals het Amerikaanse LEED, of de Nederlandse BREEAM-NL , GreenCalc+ en GPR nu het antwoord op een eenduidige definitie van duurzaamheid? Worden de gebouwen er duurzamer van? Ik denk van wel! De duurzaamheidsranking wordt meetbaar gemaakt en geobjectiveerd.

Nu kan een onafhankelijk instituut zoals LEED bepalen of een gebouw  silver, gold of platinum scoort. Dat heeft waarde, winst voor het milieu maar wat ook blijkt winst voor de belegger want een LEED gecertificeerd gebouw is veel makkelijker internationaal te verkopen tegen een hogere prijs, kortom zo'n gebouw is een betere belegging.

Tijd, moeite en inventiviteit
De officiële certificering  maakt het ook sportiever in de communicatie want nu kan je pas objectief zeggen ik heb dit duurzaamheidniveau gehaald. Overigens is het helemaal niet makkelijk om een certificaat te halen. Het kost veel tijd, moeite en inventiviteit om binnen een strak bouwbudget en planning een duurzaamheidlabel te verdienen. Het is extra werk voor een architect.

Maar daar staat tegenover dat het ook een kans is om je met kennis en kunde te onderscheiden als architect.  De vraag blijft echter krijg je er betere architectuur van? Gaan de gebouwen ook niet op elkaar lijken? Allemaal vragen die de tijd ons zal leren. Maar ik blijf er van overtuigd dat juist door de certificering er weer ruimte ontstaat voor creativiteit.

Juist in de beperkingen zit de werkelijke waarde van de architect en zijn architectuur want er is niets zo onduurzaam als een lelijk gebouw.

Paul de Ruiter

 

  |  5 reactiespermalink

Reacties

  • De vele duurzaamheidsnormen dragen bij aan de "uitholling van het begrip duurzaamheid". Je kiest de norm die het beste uitkomt. De vaak ondoorzichtige regels bezorgen adviesbureau's veel werk, maar onduurzame gebouwen verdwijnen niet. De wedloop naar hoog, hoger, hoogst gaat door. Hoogbouw vergt meer bouw- en veiligheidsvoorzieningen, meer nadruk op vertikaal transport, geeft meer windhinder en zo verder, dus meer milieubelasting. Vaak worden de laagste verdiepingen ingericht als parkeerruimte, waarmee de afstand met de omgeving groter wordt. De opzichtige toren lijkt belangrijker dan een duurzaam pand. Verglazing is een andere mode. Glazen gevels vergroting de vraag naar verwarming, maar vooral naar meer energie vragende koeling. Het argument van daglichtbenutting is zwak nu bij verlichting veel besparing mogelijk blijkt met led verlichting, aanwezigheids koppeling en goede indeling. Blijkbaar staat duurzaamheid ook los van de huidige omvangrijke, vaak langdurige kantorenleegstand ook bij recente panden. Duurzame wegwerpkantoren?

    roland  |  donderdag 20 januari 2011 @ 11:38 uur

  • De mooiste definitie las ik ooit op een nieuwjaarskaart van Jón Kristinsson: Duurzaam is wat toekomstige generaties willen erven, willen gebruiken en kunnen onderhouden. Zeer inspirerend en m.i. bruikbaar. Om duurzaamheid te meten zijn er maar een paar methoden in Nl echt relevant: Greencalc, GPRgebouw en BREEAM-NL. Elk met hun eigen specifieke toepassingsgebieden en inhoudelijk steeds beter op elkaar afgestemd. Alle drie helpen ze om meer duurzame gebouwen te ontwikkelen. En om prietpraat naar de borreltafel te verwijzen. Ik kan het gebruik daarom van harte aanbevelen.

    Hans Korbee  |  donderdag 20 januari 2011 @ 22:54 uur

  • Paul, alleen al de titel van je stuk is steengoed! Daarna had de tekst leeg kunnen blijven :)

    Andy vd Dobbelsteen  |  vrijdag 21 januari 2011 @ 02:21 uur

  • Ik heb eerder over dit onderwerp geschreven op duurzaam gebouwd (column de duurzaamheid is dood, leve de duurzaamheid) en de crux zit hem volgens mij in de zinssnede "je kiest de norm die het beste uitkomt" Mijns inziens moeten we de certificeringsprogramma's gaan gebruiken waar ze voor bedoeld zijn; namelijk het toetsen van het ontwerp op duurzaamheid en aan de hand daarvan het ontwerp eventueel bijstellen of verbeteren zodat het nog duurzamer wordt. Mijn stelling zou dan ook zijn "het begint met ambitie" Samen met de opdrachtgever bepalen wat voor duurzaamheidsdoel hij of zij voor ogen heeft (en een BREEAM-excellent gebouw ontwerpen is in mijn ogen geen doel) en wat hij of zij ermee wil bereiken. Door daarna slim en in een integraal team te ontwerpen kan gewerkt worden aan het realiseren van deze ambitie. Daarna (bijvoorbeeld na het VO) het ontwerp toetsen met een certificeringsprogramma en kijken waar de verbeterpunten liggen. Op deze manier kunnen de certificeringsprogramma's op een slimme en verstandige manier gebruikt worden en kan het gebouw gemaakt worden dat echt aansluit bij de duurzaamheidsambities van de opdrachtgever. Het zou goed zijn als ook de werkmethodiek en het proces een betere plek krijgen in de certificeringsprogramma's zodat de verleiding om te scoren weggenomen wordt. Uitdaging voor de partijen die deze programma's ontwikkelen?

    Dennis Hauer  |  vrijdag 21 januari 2011 @ 14:17 uur

  • Beste Paul, Ik ben het met je eens dat door het woud aan duurzaamheidsmeetsystemen het voor de opdrachtgever, eindgebruiker en adviseur niet meer duidelijk en bij te houden is welk systeem het beste kan worden gehanteerd. Het valt of staat wel met het ambitie niveau. Ik bekijk vanuit hetgeen wat er al is en sterk verduurzaamt kan worden. Blijft wel het feit dat er voor de architect dan een minder grote uitdaging overblijft dan bij nieuwbouw. Actueel is natuurlijk de enorme leegstand van kantoren en gebouwen, waarvan een overgroot deel nog een verduurzaamheidsslag kan maken. Deze vastgoedmarkt vraagt om verduurzaming van bestaande gebouwen, voornamelijk vanuit energie en klimaat. Hiermee investeert de vastgoedondernemer in een betere verhuur- of verkoopbaarheid in de toekomst. Huurders worden zich ook steeds meer bewust van duurzaamheid, waardoor verduurzaamd vastgoed aantrekkelijker is vanwege kosten en eventueel bijbehorend imago. Mijn ervaring is dat opdrachtgevers hierbij acteren vanuit bijv het energielabel (EPA-U) en deze waarde willen verbeteren door maatregelen op het gebied van energiebesparing (en werk klimaatverbetering), dus bijvoorbeeld van F naar C. Dit is de norm die bij opdrachtgevers het eenvoudigst te begrijpen is, de waarde van andere meetsystemen is afhankelijk van de markt en overheden. Een uniform meting is wel een vereiste om de markt over de streep te trekken. Verbeteren van een label is slechts een deel van duurzaamheid, maar wel een belangrijke stap. Voor de architect zal dit niet direct leiden tot betere architectuur, vanwege de beperkte (bouwkundige) aanpassingen en uitdaging ed., maar het is wel op dit moment de meest bewegende markt die op kortere termijn meer duurzaamheid oplevert.

    Robin Sommers  |  woensdag 26 januari 2011 @ 10:52 uur

Reactie plaatsen

  Houd mij op de hoogte van nieuwe reacties

Terug naar boven