Rotterdam gaat verder met Warmtebedrijf

Het Rotterdams college van Burgemeester en Wethouders heeft besloten door te gaan met het Warmtebedrijf. De klimaatdoelen van het Rotterdam Climate Initiative om met de vrijgekomen restwarmte huizen te verwarmen, vinden daarmee doorgang.

De warmtelevering door de AfvalVerwerkingsInstallatie (AVI) Rozenburg start mogelijk al medio 2012. Het Warmtebedrijf vermindert de CO2-uitstoot met 71 tot 81 kiloton per jaar.

Zowel Rotterdam-Noord als Rotterdam-Zuid inclusief Hoogvliet, worden aangesloten op de restwarmtelevering. Aanvankelijk zou de restwarmte afkomstig zijn van de afvalcentrale Brielselaan maar in september 2009 werd bekend dat de AVI Brielselaan wordt gesloten. Voor de gebruikers van het warmtenet zijn er geen gevolgen. “De pijpen worden wat langer dan gepland, maar de warmte van de AVI Rozenburg is een goed alternatief", legt milieuwethouder Rik Grashoff uit.

Lagere energierekening
Rotterdam heeft zich ten doel gesteld dat alle woningen, kantoren en andere gebouwen in 2025 alleen nog duurzame energie gebruiken. Volgens de gemeente leidt aansluiting op het restwarmtenetwerk op termijn tot een lagere energierekening. De gewijzigde locatie heeft geen gevolgen voor de tarieven voor de gebruikers van de warmte.

Transport, overslag en verwerking van het afval gebeurt zonder extra kosten voor de gemeente of de burger. Daarnaast worden de warmtetarieven nu begrensd door de Warmtewet. Het voornaamste voordeel van de locatie Rozenburg is een hogere reductie van CO2-uitstoot. Deze zou met de locatie Brielselaan 51 tot 61 kiloton per jaar bedragen en wordt nu 71 tot 81 kiloton per jaar.

Gevolgen van de locatie wijziging
Als gevolg van de gewijzigde locatie stijgt de totale investering voor het Warmtebedrijf. Deze extra investering is voor rekening en risico van AVR maar wordt voorgefinancierd door het Warmtebedrijf. Voor de realisatie verstrekt de gemeente € 38 miljoen Eigen Vermogen; voor de locatie Brielselaan was dat € 28,2 miljoen. Rotterdam staat tevens borg voor de bancaire financiering tot een bedrag van € 149, 5 miljoen.

Deze borgstelling was voor de Brielselaan € 110 miljoen en is tijdelijk hoger tot het moment dat de extra investeringskosten door AVR zijn ingelost. Dat geldt ook voor een deel (€ 10 miljoen) van de aanvullende storting van het Eigen Vermogen.

Samenwerking
Om het Warmtebedrijf mogelijk te maken wordt samengewerkt met E.ON. Er wordt een nieuw exploitatiebedrijf opgericht (een N.V.) waarin de gemeente en E.ON gezamenlijk deelnemen. De exploitatie van het huidige Warmtebedrijf wordt aan dit nieuwe bedrijf overgedragen. De exploitatierisico’s van het Warmtebedrijf worden door de gemeente en E.ON gezamenlijk gedragen

Bron: RCI

Deel dit artikel

permalink