Geen huizen bouwen voor installaties

Gaan we volgend jaar met de invoering van de BENG-eisen woningen bouwen voor de installaties of is het realiseren van behaaglijke en comfortabele huizen het uiteindelijke doel? Elk weldenkend mens kiest ongetwijfeld voor behaaglijke en comfortabele woningen. Daar heeft de Nederlandse woonconsument ook de meeste behoefte aan. De praktijk rond het vaststellen van de BENG-eisen die vanaf 1 januari 2020 de EPC gaan vervangen doet echter totaal anders vermoeden.

Afbeelding via: Duco, een van de auteurs van dit artikel

De storm van kritiek op de voorgestelde aanpassingen van de BENG-eisen lijkt namelijk vooral ingegeven door de behoefte om woningen vol te stoppen met installatietechniek. Techniek dat met name tijdens het steeds korter wordende stookseizoen het optimum bereikt. Daarbij gaan de criticasters van de jongste aanpassingen gemakshalve voorbij aan de Europese afspraak dat strengere energieprestatie-eisen voor nieuwe gebouwen de woningen niet te duur mogen maken. Vanuit Europese regelgeving moet BENG 1 overigens techniekneutraal zijn. Daarnaast mogen de energiebesparende maatregelen niet ten koste gaan van de gezondheid van de mensen die in de gebouwen verblijven. Nog los van het feit dat met het voorkomen van energieverbruik de duurzaamheidsdoelstellingen een stuk gemakkelijker behaald kunnen worden.

Belangrijk is dat strengere normen zoals een aanscherping naar 50 kWh of lager in BENG 1 ervoor zorgen dat het lastiger wordt om de BENG-eisen met natuurlijke ventilatiesystemen te halen. En dat is een zeer onwenselijke situatie. Niet alleen voor een deel van de sector die daardoor buiten spel wordt gezet maar vooral ook voor de woonconsument. Die heeft immers behoefte aan een plezierig binnenklimaat, gedurende het hele jaar. Uit een onderzoek naar de gezondheid en het comfort van natuurlijke ventilatie blijkt immers dat de woonconsument een voorkeur heeft voor een koele en frisse slaapkamer en daar daarom vaker de ramen open heeft staan dan in andere verblijfsruimten. En recente Europese onderzoeken naar energiezuinige woningen laten zien dat men weliswaar tevreden is met de woning en het ventilatiesysteem, maar dat in de zomer het fenomeen oververhitting vaker optreedt.

Duurzame koelmethoden

Dit laatste is door het gebrek aan natuurlijke ventilatie een belangrijk aandachtspunt. Zo blijkt bijvoorbeeld uit monitoring van woningen met bodemwarmtepompen, dat in een moderne nieuwbouwwoning met een goede schil de warmtepomp 800 uur per jaar aan het verwarmen is en maar liefst tussen de 2500 en 2000 uur per jaar aan het koelen. Omdat actief koelen veel meer energie vraagt dan verwarmen wordt in de BENG-normering de invloed van duurzame methoden om een woning koel te houden zoals bijvoorbeeld zonwering, zomernachtventilatie en passieve koeling positief beoordeeld en staat dit ook in de NTA 8800 specifiek omschreven. Het voorkomen van energiegebruik door gebruik te maken van natuurlijke bronnen zoals frisse lucht en daglicht is vanzelfsprekend het meest duurzaam.

Het eindresultaat telt

Voor alle duidelijkheid, het is in onze visie niet of het één of het ander. Zo zijn er situaties denkbaar waarbij WTW of gebalanceerde ventilatie, de zogenoemde D-systemen, wenselijk zijn. Net als dat onder andere drukgestuurde roosters, vraaggestuurde systemen en directe mechanische afvoer, oftewel de C-systemen, even zo goed bijdragen aan een energiezuinige en comfortabele woning. Daarom moet in de BENG-eis niet de techniek centraal staan maar het uiteindelijke resultaat: een energiezuinige en comfortabele woning met een behaaglijk binnencomfort, het hele jaar door.

Dit artikel is geschreven door de volgende auteurs: BUVA: Steven van den Bergh, Renson NL: Joep Breukels, Duco NL: Richard Geraerts, Inventum: Karin Husmann, VELUX Nederland : Marcel Vreeken.

Deel dit artikel

permalink