‘Het enthousiasme van deze mensen raakt mij’

René Jansen, procesmanager bij adviesbureau DWA, maakt sinds drie jaar onderdeel uit van het programma Koplopers Amsterdam. In dit interview blikt René terug op die jaren en legt het belang uit van Koplopers Amsterdam. Hij gaat ook in op de weg die ze bewandelen en op de toekomstplannen. “Neem je burgers echt serieus en werk met ze samen. Dan wordt het beter en leuker, ook voor de gemeente.”

Koplopers Amsterdam: versnellen, versterken en verbinden

Al drie jaar is het consortium (dat naast DWA bestaat uit OranjeEnergie, Tertium, TwynstraGudde, John van Gelder Advies en de Kandidatenmarkt) actief betrokken bij de duurzame burgerinitiatieven in de hoofdstad. Ook breidt het ‘Koplopersnetwerk’ zich steeds verder uit. René Jansen is de programmamanager (foto onder).

Wat is het doel van het programma?

René vat dat in één zin samen:Koplopers Amsterdam is een project met als doel de burgerinitiatieven in de verduurzaming van de stad te versnellen, versterken en verbinden.

Op het gebied van duurzaamheid heeft Amsterdam veel actieve burgers. Er staan er zo’n 3.500 op ons netvlies en zij zijn (semi-)actief in duurzame initiatieven. Al deze burgers willen ‘iets’ met schone energie. Bijvoorbeeld voor hun buurt, straat, VvE, sportclub, enzovoorts. Dat noemen wij de ‘Koplopers’. Deze koplopers helpen wij om van idee tot realisatie te komen. Denk aan zonnepanelen op je dak, je woning verduurzamen of de buurt voorzien van een schone warmtevoorziening.”

Welke rol speelt de gemeente Amsterdam hierin?

Binnen de gemeente is er een aantal vaste sparringspartners, zoals participatiemanagers, duurzaamheidscoördinatoren en aardgasvrij-regisseurs. “Ik zie deze sparringpartners bij de gemeente als collega’s. We doen hetzelfde, maar vanuit een ander perspectief. Wij vinden elkaar in het midden en we werken goed met elkaar samen. Dat zorgt voor een coherent verhaal richting de burger. Want wij zijn allen op zoek naar die opschaling: van 3.500 naar 35.000 koplopers.”

Wat maakt deze opdracht zo betekenisvol voor jou?

“Ik vind deze opdracht heel mooi, omdat je met zoveel enthousiaste bewoners mag samenwerken. Als je optelt hoeveel passie-uren van deze bewoners in al die projecten zitten, is dat onbetaalbaar. Heel veel bewoners zijn leergierig, ze willen écht weten hoe het zit. Van participatie met je buurtgenoten tot en met de technische mogelijkheden. Vorig jaar is een initiatief gestart met twee mensen en daar zit een jaar later een hele organisatie achter met een gedegen plan voor een buurt. Dat is een waardevolle bijdrage aan de klimaatdoelstellingen van Amsterdam en de energietransitie.”

En waarom ben je er zo positief over?

“Je hebt niet veel nodig om dat vliegwiel op gang te brengen. Voor veel gemeenten is het heel waardevol om te bedenken: hoe ga ik die burgers ondersteunen? Met een beetje geld, kennis, tijd en aandacht kom je een heel eind. Meer is eigenlijk niet nodig. Belangrijk is wel dat je dit enige tijd volhoudt, omdat je je moet inwerken in het netwerk en bekendheid moet genereren. Daarna kun je pas echt waarde toevoegen. Zo wordt zo’n beweging alleen maar groter.”

Waar gaat het schuren?

“De Gemeente Amsterdam heeft een Transitievisie Warmte. Dan komen de buurtbewoners en die schuiven deze Transitievisie Warmte zo aan de kant. Bewoners zijn betrokken en willen zelf bedenken wat goed is voor hun buurt. Dat matcht niet altijd met wat de gemeente bedacht heeft. Als de bewoners niet achter een idee staan, krijg je het als gemeente niet voor elkaar. De medewerkers van de Gemeente Amsterdam snappen heel goed dat de Transitievisie Warmte een richting is en geen ‘hard’ beleid. Ze zijn zeker bereid om mee te denken over alternatieven, mits er natuurlijk een goed burgerinitiatief is.”

Wat waren de hobbels die jij hebt genomen?

“Het netwerk was er al toen het consortium met deze klus mocht starten en dat netwerk was gebouwd om bepaalde personen heen. Het kost tijd om daarin te integreren. Ik ben écht wel even bezig geweest met het doorgronden van het netwerk. Vooral om het inzicht te krijgen in wat deze beweging in Amsterdam nodig heeft. Koplopers waren soms een beetje sceptisch. Dus het is goed om je te bewijzen en vertrouwen op te bouwen. Dat vraagt tijd en je komt het alleen te weten door daar met actieve burgers over te praten. Inmiddels ken ik het netwerk, kennen zij mij en is onze toegevoegde waarde wel aangetoond. Daarom kunnen we nu als consortium die versnelling, versterking en verbinding aanbrengen.”

Wat heb jij afgelopen tijd geleerd?

“De energietransitie duurt nog jaren. Amsterdam vindt het thema belangrijk en daarom investeren ze daarin. Het systeem draait in principe vanzelf. Maar door er energie, capaciteit en kennis in te stoppen, draait het sneller. En dat is wat we willen. Als stad Amsterdam is er nu meer zicht op welke initiatieven er zijn, wie we kennen binnen het netwerk, wie doet er wat en vooral: wat kunnen we daar allemaal van leren?”

En gebeurt dat andersom ook, wat leren de Koplopers van het programma?

“Jazeker, wij hebben bepaalde initiatieven een jaar lang intensief begeleid. Van verkenningsfase naar haalbaarheidsfase. Bewoners krijgen daarbij ook subsidie van de gemeente om hun slagkracht te vergroten en zelf onderzoek te doen. Als initiatieven solide genoeg zijn, spreek ik hen niet meer iedere week, maar bijvoorbeeld één keer in de twee maanden of als ze een specifieke vraag hebben. Die zelfstandigheid werkt heel goed en die subsidieregeling van de gemeente is daar een belangrijke factor in.”

Welk initiatief is je het meest bijgebleven?

“Ik vind het moeilijk om te kiezen. Eigenlijk zijn alle initiatieven pareltjes in de stad. Maar bijvoorbeeld de verduurzaming van De Valk, een jongerencentrum in Amsterdam-Noord, vind ik heel bijzonder. De gemeente wil het pand verduurzamen en wij willen graag de jongeren betrekken bij de energietransitie. Met de beheerder, stichting Dock, hebben we bedacht hoe we hier een groter project van kunnen maken. Zoals het toevoegen van groen, banen, media en publiciteit, opleidingen en noem maar op. De beheerder van Dock, Bas Ruis, is daar supercreatief in. Door de samenwerking hebben we waarde toegevoegd aan het hele traject. Van een plan op papier van circa tien pagina’s is het nu best een groot project geworden.”

Wat raakt je dan exact?

“Het enthousiasme van de mensen met wie je werkt. Die beheerder is zo open minded en creatief. Hij probeert het maximale eruit te halen, rekening houdend met de omgeving. Dat enthousiasme van die mensen, daar sla ik op aan. We houden elkaar in beweging. Samen is het veel leuker, dat geeft energie.”

Heb je tips voor gemeenten?

“In Amsterdam bestond het netwerk van Koplopers al. Daar heeft Pauline Westendorp samen met anderen in de stad jaren aan gebouwd. Dat was een voordeel, want zonder dat netwerk had ik niks kunnen doen. Aan andere gemeenten zou ik het volgende advies willen meegeven: vind die enthousiasteling en ondersteun die. Niet even, maar structureel. En ook als die niet altijd op hetzelfde spoor zit als jij. Je kunt altijd veel van elkaar leren. En ondersteun met kennis, oprechte samenwerking en uiteraard ook met geld. Neem je burgers echt serieus en werk met ze samen. Dan wordt het beter en leuker, ook voor de gemeente.”

Wat zou je anders doen een volgende keer?

“Als ik zo'n opgave in een andere gemeente opnieuw zou doen, begon ik met een veel beter onderzoek naar alles wat de bewoners van die gemeente al doen. Als je dat in beeld hebt, kan je ook zien wat je kunt toevoegen. Nu was ik er misschien nog wel te veel van overtuigd dat ik, of wij als consortium, het allemaal wel wisten en al die mensen wel konden vertellen hoe het moest. Dat is natuurlijk krom gedacht. Die inwoners weten dat zelf veel beter. Die les heb ik wel geleerd.”

En wat is je wens voor komende jaren?

“We zijn in Amsterdam vol op stoom gekomen. Wat nu vooral belangrijk is: hoe laten we deze beweging voortbestaan en hoe kun je deze beweging op snelheid houden en versnellen? De opdracht aan ons is om de initiatieven in hun eigen kracht te zetten. En dat ze hun initiatieven autonoom kunnen voortzetten in verbinding met de totale beweging. Wij willen deze beweging vergroten naar 35.000 koplopers. Dat doen we bijvoorbeeld met meer bewonersinitiatieven of grootschalige acties, zoals gratis radiatorfolie uitdelen aan wijkbewoners bij het Olympisch Stadion. Op die manier kom je in contact met heel veel mensen in de stad. Ik heb me gecommitteerd aan dit initiatief voor ten minste vier jaar en mag daarmee bijdragen aan de versnelling van de energietransitie in Amsterdam. Deze kennis wil ik graag overbrengen aan andere gemeenten. Want dat het werkt, dat heeft zich wel bewezen.”

Tekst: DWA
Foto bovenaan: Watergraafsmeer, Amsterdam (Shutterstock)

Deel dit artikel

permalink