Hoe hervormt Den Haag onze bouwbranche?

Green Deals van rechts…
…of ‘over my dead body’ geld terug uit Europa en subsidie van links?!

Maakt het uit welke koers Den Haag straks gaat varen en wat kunnen we verwachten? De aanpak van rechts is de afgelopen jaren genoegzaam bekend. Het heeft de bouw inmiddels teruggeworpen in een ‘battle of the fittest’. 

 

De door het vorige kabinet Rutte afgesloten Green Deals stimuleren de samenleving om nieuwe initiatieven voor groene groei te ontwikkelen. Het gaat dan vooral om het wegnemen van niet-financiële belemmeringen, bijvoorbeeld in regelgeving en organisatie. Bij de nieuwe vraag die ontstaat, moet de bouw haar aansluiting zelf vinden. De Blok-voor-Blok-aanpak is hiervan een voorbeeld. Gemeente en andere collectieve partijen aan de vraagkant – voornamelijk particulieren – worden gesteund in het opzetten van een organisatie om samen een meer prestatiegerichte (ver)bouw en renovatie van hun woning aan te vragen. Verbeteringsmaatregelen worden daarbij min of meer standaard voorgedefinieerd. De aanbodkant – zijnde de traditionele middelgrote en kleine bouwondernemers – moeten in dit vaste stramien hun aanbiedingen doen. Zij kunnen zich daarbij in concurrentie in feite alleen onderscheiden met (te) lage, veelal verliesgevende prijzen. Voor de bouwketen worden dus geen belemmeringen weggenomen om te komen tot innovatieve veranderingen (hervorming). Ik ben zelfs van mening dat het Blok-voor-Blok-programma, waar het goed is voor de vraagkant, juist een drama is voor de aanbodkant. Het is waarschijnlijk niet zo bedoeld, maar bouwondernemingen worden nog meer vastgeprikt in het oude rolmodel.

 

Stimuleren aanbodkant
Als subsidie een motor moet zijn voor hervorming van de bouw, zal deze minstens ook de aanbodkant moet stimuleren! Daar laat de Nederlandse regelgeving de laatste jaren een behoorlijke steek vallen.
Een ander voorbeeld van een stimuleringsregeling die te weinig drempels wegneemt, is het belastingvoordeel voor opgewekte zonne-energie. Deze blijft alleen gelden voor zonnepanelen die op eigen dak liggen, en gaat  vooralsnog niet gelden voor coöperaties die zonne-energie via het elektriciteitsnet aan hun leden willen leveren. Vermoedelijk bestaat de vrees dat de kosten (derving van belastinginkomsten) voor een dergelijke constructie – zelflevering – te sterk oplopen. Mede daarom kwam het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) tot de conclusie dat de Green Deals van het kabinet Rutte geen oplossing bieden voor knelpunten (vastgeroeste marktpatronen) die vermoedelijk alleen tegen hoge kosten zijn op te lossen. Is dit dan een vorm van politiek protectionisme?

 

Uniek-inspirerende lezing
Dit voorbeeld over zonnepanelen doet me overigens meteen denken aan een toespraak van Thomas Rau op het congres AnderBouwen.nu in juni van dit jaar. Rau hield een voor mij uniek-inspirerende lezing over onze eigen passie om bij alles wat we bouwen duurzame keuzes te maken. Hij benoemde daarbij als praktijkvoorbeeld de toepassing van zonnepanelen bij de ontwikkeling en bouw van een woon-winkelcomplex nabij Lyon in Frankrijk. De totale jaarlijkse opbrengst van deze zonnepanelen was afgestemd op de Franse wetgeving. Deze wetgeving was voor het oog van het kerkvolk duurzaam bedoeld, maar beschermt de nationale energiemaatschappij door levering aan het net, met bijbehorende inkomsten daarvan, pas vanaf een extreem hoge jaarlijkse energieopbrengst mogelijk te maken – áls je een drempel instelt, kun je deze het beste maar meteen ophogen tot muur… Over protectionisme gesproken! Rau ontwierp een complex met zonnepanelen die jaarlijks welgeteld 1 kWh meer opbrengst gaf dan het minimale quotum dat wettelijk is ingesteld om retourlevering aan het net mogelijk te maken. Een sterk staaltje, maar bovenal en in alles de juiste ‘open mind’ die nodig is voor hervorming naar een duurzame bouw.

 

Frankrijk
En als we dan nu toch in Frankrijk zijn, blijven we ook even. Frankrijk heeft mij de afgelopen tijd in meerder opzichten geboeid. Natuurlijk door twee weken zomervakantie op de camping. Maar ook zakelijk en professioneel. In Frankrijk kijken we jaloers naar het resultaat van de regering Hollande. Deze kameraad van Roemer – zo mag ik dat in verkiezingstijd best noemen – heeft daar de oude bekende subsidiemotor losgelaten om de bouwmarkt te stimuleren richting energieverbetering van bestaande gebouwen. En zie het effect! Voor wie de feiten niet kent, die mag ze bij deze van mij aannemen. De omzetstijging in bijvoorbeeld buitengevelisolatie is daar in een jaar tijd giga en een ‘point-of-shame’ voor andere Europese vakgenoten in deze specifieke bedrijfstak. De keerzijde van deze (subsidie)medaille is waarschijnlijk ook de groei van Frankrijk’s begrotingstekort. Maar ja, de Fransen gaan daar in Europa wat luchtiger mee om… Staat ons dat ook te wachten als we na de komende verkiezingsweek in Den Haag vanaf links verder gaan? Die voorkeur mag iedereen voor zichzelf bepalen…

 

Karakteristieken uit de bouwbranche
Terug in de politiek en maatregelen voor hervorming van de bouw, mis ik veel visie in de huidige debatten op TV. De ‘hard-line’ van Rutte is bekend. We weten in ieder geval waar we aan toe zijn. En op eigen kracht zijn we uiteindelijk sterker. Maar Pechtold, hoe ziet dan die hervorming er uit? Kent de politiek de karakteristieken uit de bouwbranche goed genoeg om hervorming in gang te zetten?
De bouw wordt gekenmerkt door grote (internationale) toeleveranciers aan het begin van de keten en grote  kapitaalkrachtige beleggers en eindgebruikers aan het eind van de keten.  Daartussen acteren kleine, grote en middelgrote bouwondernemingen die in de huidige situatie de herontwikkelingsopgave moeten vormgeven. Bouwondernemingen die in de afgelopen decennia door de hoedanigheid van de branche zijn vastgeroest in de routine om traditionele bouwcapaciteit te leveren in een aanbodgestuurde markt. Bouwondernemingen die nu door het massaal uitvallen van de bouwvraag sneuvelen. Met een groot afbreukrisico voor vakmanschap.

 

Ondernemerschap vanuit de consument
Grean Deals zijn broodnodig, niet alleen als stimulans voor een – het zij beperkte – bouwvraag, maar vooral als survival-transformatiekit voor bouwondernemers. Al of niet in verenigde vorm moeten zij een nieuwe (ver)bouwcapaciteit aanbieden van groene-full service woningen. De woningen moeten als casco energiezuinig zijn, maar in afwerking / oplevering full-service met flexibiliteit en keuzevrijheid voor de consument, zonder hoge meerprijzen.

De Blok-voor-Blok projecten in verschillende steden stimuleren prestatie-gestuurd opdrachtgeverschap van woonconsumenten. Tegelijk zien we een toename in faciliteiten voor het meten van woninggebonden energieverbruik. Bewoners kunnen daarmee meer en beter worden geïnformeerd over hun verbruiksgedrag en de energieprestatie van hun woning. Met de toegankelijkheid van informatie via het internet en sociale media, zal dit de discussie over de werkelijke energieprestatie van woningen aanwakkeren.  Een belangrijk knelpunt blijft het vereiste ondernemerschap vanuit de consument. De particuliere eigenaar of huurder moet in eerste instantie nog steeds bereid zijn te investeren in energetische
woningverbetering. In deze moeilijke jaren, waar iedereen de eindjes bij elkaar moet knopen, heeft dat bij vrijwel niemand prioriteit. Zeker niet als de terugverdientijd in het meest gunstige geval tien jaar is. Aan de andere kant staan bouwbedrijven die wel willen ondernemen, maar bijvoorbeeld nog onvoldoende de verdiensten van energiebesparing kunnen aanwenden om hun werkzaamheden en procesinnovatie te vergoeden. Groene energiebesparing in de woningbouw loont, maar terugverdienen van ontwikkelingskosten wordt voor ondernemers nog te veel geblokkeerd. Zodra de overheid bereid is ook hier stimulerende regelgeving in te zetten, zullen er sneller business-concepten ontstaan met groeimogelijkheden voor de bouw.

 

Wij noemen dat enoveren! Het is een beetje laat, maar kan dat nog in één van de verkiezingsprogramma’s?

Deel dit artikel

permalink

 

 

Meer door Harold Brocken