Zonnepanelen lijken op een Mitsubishi Outlander PHEV

Vroeger schroefde de purist een zonnepaneel op zijn dak, samen met zijn eigen windmolen en regenwatergebruiksysteem. Hij creëerde zo een eigen biotoop. Helaas ziet Nederland er inmiddels van boven en van onder heel anders uit.

Waar voorheen mooie dakpannen, in alle vormen, maten en kleuren een woonhuis visueel compleet maakte, zijn nu vele huizen ontsierd met zonnepanelen. Deze doen bij ieder huis een wrede inbreuk op het ontwerp en de uitstraling. Iedereen weet waarom: het levert geld op. Zeker met die fijne subsidie van de overheid heb je die panelen binnen een jaar of acht, ‘zeggen ze’, weer terugverdiend. En dat het de meeste huizen dramatisch ontsiert? Nou en, moet de inwoner denken. Ik woon in mijn huis en niet er buiten. En de buren doen het ook, toch?

Duidelijk is dat de Trias Energetica-gedachte slechts gedeeltelijk is geland. De basis, oftewel ervoor zorgen dat de energieconsumptie vermindert, leeft nog te weinig. Oké, er worden spouwmuren volgespoten, daken extra geïsoleerd en gevelisolatie begint langzaam in populariteit te winnen. Bedenk dat het isoleren van een gevel dé gelegenheid is om een huis een upgrade in esthetiek te geven. Daarmee doe je iedereen, ook de buren, een groot plezier. Vreemd genoeg komt bij het laatste de welstandscommissie geregeld kritisch uit de hoek, terwijl bij het plaatsten van zonnepanelen de welstandscommissie zo ver ik weet überhaupt niet betrokken is.

Niets mis

Begrijp mij niet verkeerd, met het omzetten van zonnestraling in bruikbare energie is op zichzelf niets mis, sterker nog: het is goed. Maar waarom moet het allemaal lokaal en zo ontsierend? Centraal energie opwekken door zonnepanelen te plaatsen op platte daken van fabrieken, sporthallen, kantoorgebouwen en, vooruit, op het platte dak van een woonhuis is een veel betere oplossing: visueel zal het niemand pijnigen en de ‘economies of scale’ wet leert dat het ook nog veel efficiënter is.

Maar ja, de combinatie van subsidie van de overheid en het lekker thuis hebben van je eigen energiefabriekje, maakt het plaatsen van een batterij zonnepanelen een niet ter versmaden snoepje. En dat de bouwwereld soms vreemd in elkaar zit, werd mij vorige week weer duidelijk tijdens een, overigens zeer goede, Round Table van Duurzaam Gebouwd.

Nul op de Meter

Het thema was NoM-woningen, oftewel Nul op de Meter-woningen. NoM-woningen en hoogbouw blijkt een onmogelijke opgave, omdat er te weinig dakruimte is om zonnepanelen te plaatsen. Want ja, de energie moet lokaal worden opgewekt. Bij de buren opwekken telt niet, laat staan een paar kilometer verderop bij het ongebruikte fabrieksdak.

Het is alsof Nul op de Meter een merk is à la Parmaham: alleen als de ham uit Parma komt, mag deze Parmaham worden genoemd. Overigens weten ondernemende Nederlandse varkensboeren hier wel raad mee: ze fokken de varkens hier, sturen ze naar Italië, vast al in stukken, om tot Parmaham te worden veredeld. Dat er tot nu toe slechts 80 NoM woningen zijn gerealiseerd, verbaast inmiddels niet meer. Verbijsterend.

Sprong voorwaarts

Een grote sprong voorwaarts wordt gemaakt als bouwesthetica voor bestaande en nieuwbouw een prominentere rol krijgt, zodat lelijke daken geen kans krijgen. Daarnaast als de basis van Trias Energetica echt bij de horens wordt gevat. Oftewel: het reduceren van de energiebehoefte en energie centraal en collectief opwekken, op een alternatieve manier. Denk aan zonnepanelen farms en windmolenparken.

Natuurlijk kan de industrie hier een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld door promotie van gevel- en dakisolatie en perfecte proposities die echt zijn gericht op bewoners. Onderschat daarnaast de rol van overheidssubsidie niet. Denk aan de Mitsubishi PHEV (de Outlander): tot voor de nul procent (nu zeven) bijtellingsregeling een bijna onverkoopbare auto en zie nu hoeveel van deze auto’s in Nederland rond rijden. En dat is niet omdat die auto zo mooi is.

Mijn vertrouwen in het zelfherstellend vermogen en de toekomst is echter groot: er komt een tijd dat bouwesthetica niet meer ondergeschikt is aan ogenschijnlijk snelle besparingen. En wellicht voordat dit het geval is, is de zonnecel perfect geïntegreerd met de dakpan...

Deel dit artikel

permalink