Boek van Cradle to Cradle-grondleggers over positieve gebouwimpact

Het nieuwe boek ‘Creating Buildings With Positive Impacts’, van de hand van Douglas Mulhall, Michael Braungart en Katja Hansen, legt de nadruk op hoe gebouwen een positieve impact kunnen maken. Centraal in het boek staan de verschillende mogelijkheden en kansen om gebouwen gezond en demontabel te maken.

Beeld: Creating Buildings With Positive Impacts

Sinds de jaren 90 werken de drie auteurs al met elkaar om de transitie naar een circulaire economie en Cradle to Cradle te versnellen. De publicatie is erop gericht om de bevindingen die samenhangen met deze kanteling in de praktijk te brengen. Het resultaat: gebouwen met een positieve impact, in de woning- en utiliteitsbouw.

Circulaire waarde realiseren

Zo’n gebouw heeft schone binnenlucht en water en produceert energie en grondstoffen. De ontwikkeling hiervan is niet eenvoudig en de publicatie neemt je daarom mee langs de verschillende planningsfasen en de innovatiemogelijkheden die je daarin hebt. Doelbepaling, roadmaps en marketing zijn enkele onderwerpen die de revue passeren. De urgentie voor gebouwen met een positieve impact is volgens Mulhall duidelijk. “Lucht- en geluidshinder zijn toonaangevende gezondheidsbedreigingen in Europa. Nederland heeft geen goede luchtkwaliteit en steeds meer mensen ervaren lawaaiproblemen, onder andere van verkeer. Ontwerp en realiseer je gebouwen die stil zijn en hun eigen lucht zuiveren, dan draag je bij aan een betere leefomgeving en voeg je waarde toe. Om ook circulair te realiseren heb je te maken met een belangrijke uitdaging,” vertelt Mulhall, “namelijk het betrekken van leveranciers bij de start van het bouwproces. Dit is essentieel om circulaire innovatie te stimuleren en kostenbesparing te realiseren.”

Op dit moment is het betrekken van leveranciers in de eerste fases van het bouwproces nog geen gemeengoed. “Dat terwijl Nederland juist vergevorderde stakeholdernetwerken heeft die circulaire en gezonde gebouwen als ambitie hebben. Dat zou samenwerking in de hand moeten werken. Er is vanwege het poldermodel veel kruisbestuiving en de economische meerwaarde van een gezond en demontabel gebouw versus de ongezonde variant is duidelijk.” Een circulair bouwproces is in de regel eenvoudiger te implementeren in de private sector. “Toch zijn er in de publieke en tendersector ook mogelijkheden, waarvoor we in dit boek roadmaps presenteren.”

Ontwerpen voor demontage

Een tweede actuele uitdaging is het demontabel maken van je gebouw, zodat je aan het einde van de levenscyclus de materialen terug levert aan de oorspronkelijke leverancier. “Remontabel bouwen staat nog in de kinderschoenen. Je moet dit al meenemen in de fase waarin je projectdoelen stelt. We werken in ons Buildings As Material Banks (BAMB) project samen met TU Twente, die een methodiek ontwikkelde om verbindingen te beschrijven tussen producten en gebouwelementen.” Om direct aan de slag te gaan, laat het boek diverse producten met een modulair design de revue passeren, zoals BB Lightpipes. Deze op C2C gebaseerde lichtinnovatie past een modulair design toe om te besparen op ontwikkelingskosten, energie en demontagetijd.

Het Atrium in Den Haag, het ontmoetingscentrum voor burgers en bezoekers van de stad.

Materiaalpaspoort wordt beloond

Ook het materialenpaspoort is belangrijk bij circulair bouwen. Hoe meer informatie bekend is over de materialen die zijn toegepast, hoe eenvoudiger het is om te demonteren of grondstoffen weer terug de keten in te brengen. “Daarnaast beloont de MIA/Vamil het realiseren van een digitaal materialenpaspoort met informatie over toxische stoffen voor gebouwen. Het gaat hier om het toekennen van behoorlijke financiële belastingvoordelen.”

Het belonen van zo’n paspoort zet de Nederlandse vastgoedmarkt verder in beweging. Toch is er één belangrijke hindernis die de sector nog moet onderkennen: bewustwording. “Geen enkele eigenaar van een gebouw met positieve impact heeft nog geklaagd over hoge kosten. In plaats daarvan profiteren ze juist van een hogere waarde. Maar niet alle facility managers en vastgoedbeheerders zijn hiervan op de hoogte. TCO (Total Cost of Ownership) is de sleutel om bewustwording te vergroten.” Hierbij gaat het om een combinatie tussen bedrijfs-, kapitaal- en operationele kosten.

Gebruikers profiteren van een betere lucht- en geluidskwaliteit en zijn daardoor productiever. Daarnaast is het gebouw na een aantal jaar in gebruik te zijn geweest, eenvoudiger te vernieuwen met bijvoorbeeld interieur. Daarmee bespaar je weer op renovatiekosten en het scheelt je ook in tijd.”

Het boek lees je gratis op de website van BAMB.

Tekst: Marvin van Kempen

Deel dit artikel

permalink