Ongevraagd advies aan Mark en Diederik – Deel 3: Zet in, die energierenovatierevolutie!

Beste Mark en Diederik, dag 3 alweer van mijn ongevraagde adviezen aan jullie. Vandaag worden we concreter dan gisteren en raken we iedere burger van dit land, want afgezien van Neêrlands niet te benijden daklozen heeft iedereen huisvesting en betaalt men daar voor; via hypotheek of huur en via energie-, water-, riool-, afval- en wie-weet-nog-meer-lasten. En iedereen wil daar minder voor betalen. Of er meer voor krijgen.

Wat je niet gebruikt hoef je ook niet te kopen. En daarmee is beperking van de vraag naar energie in de gebouwde omgeving een effectieve manier om naar een duurzame, veerkrachtige samenleving te komen. Leuk bij nieuwbouw, maar dat is een koud kunstje.

Word de held van de bestaande voorraad
De bestaande voorraad, daar kunnen jullie helden mee worden! Immers, met minder dan één miserabele procent toename van nieuwbouw in ons land zitten we over 15 jaar nog steeds met 90% van de panden die er nu ook al zijn. We kunnen dus duurzaam nieuwbouwen wat we willen, meer dan 10% duurzamer wordt ons land er niet van. Tenzij jullie een revolutie van energierenovatie gaan inzetten. Mark, ik weet dat het woord ‘revolutie’ bij jou waarschijnlijk kokhalsneigingen oproept, dus we kunnen het ook een andere naam geven. Energiedeltaplan of zo. Want daar komt het wel op neer.

Geef de bouw de broodnodige impuls
We weten allemaal hoe goed het gaat met de bouw. Niet-bouwen is wellicht een duurzame oplossing, maar met een onvolhoudbare bestaande voorraad is ingrijpen niet zo slecht. Denk daarbij niet aan een tweede golf van nieuwe Vinexwijken (alsjeblieft niet), maar aan een grootschalige aanpak van oudbouw. Architecten en aannemers die het doorhebben, werken al een tijdje enkel in de renovatie of transformatie. Momenteel is meer dan 50% van de opdrachten gerelateerd aan bestaande gebouwen. Ik verwacht dat dit nog zal toenemen naar 80%. Daarom wordt de Gulden Feniks geleidelijk de belangrijkste nationale architectuurprijs. De kwaliteit van de ingezonden renovatie-, transformatie- en gebiedstransformatieprojecten biedt hoop: prachtige voorbeelden van oudbouw die met veel gevoel voor cultuurhistorie en esthetiek duurzaam zijn aangepakt. Dat is goed, want we hebben niet zoveel meer nieuw te bouwen; de opgave ligt in wat jullie nu al om je heen zien. En daar kan energetisch een hoop aan worden verbeterd. Breng een stimuleringsregeling in gang om bestaande panden aan te pakken en de bouw – en in zijn kielzog de hele economie – zal weer aantrekken. Die stimuleringsregeling moet niet kinderachtig zijn, maar hoeft ook geen verliespost te worden. Later wat suggesties daarvoor.

Pak de leegstand aan
Behalve een energetisch niet al te beste bestaande voorraad kennen jullie ongetwijfeld het leegstandsprobleem van kantoren. Ruim 14% staat voor Jan Joker ruimte in te nemen; dat is één op de zeven kantoren. Ik ben gepromoveerd op kantoorhuisvesting en ik kan zeggen: dat percentage wordt niet minder. Niet omdat de economie slecht zou blijven maar omdat wij inmiddels in een andere maatschappij leven, waarin ouderwetse kantoren door het flexibele werken minder nuttig en daarmee minder rendabel worden. Kortom, de vraag naar kantoorruimte kan niet anders dan afnemen, terwijl nog steeds nieuwe kolossen worden opgeleverd. Oudere kantoren die al jaren leeg staan worden om boekhoudkundige redenen niet getransformeerd of gesloopt, terwijl de behoefte aan andere huisvesting in ons land nog steeds groot is. Willen jullie dit met lede ogen toezien of gaat er vanaf dit najaar een frisse wind waaien? Geef de aanpassing van lege panden een financiële prikkel, die vrijkomt uit belasting op het onbenut laten van ’s lands gebouwde ruimte. Zien we vanzelf wanneer het boekhoudkundig wel aantrekkelijk wordt om iets te doen.

Investeer in jullie eigen burgers
Niet iedereen heeft echter de middelen om de investering te maken om zijn pand energetisch te verbeteren. Daar moet dus iets voor worden geregeld. Er is in Nederland behoorlijk wat eigen vermogen van overheden belegd in bankfondsen, waarvan iedereen weet dat die nu slecht renderen. Een betere belegging is die in burgers zelf, die dat investeren in woningverbeteringen en geleend geld binnen een bepaalde tijd terugbetalen. Een revolving fund dus. Amsterdam heeft er al een en vele gemeenten zouden kunnen volgen, maar ook banken kunnen deze als nieuwe producten aanbieden. Met een terugbetaling binnen vijftien jaar en correctie op inflatie plus een kleine extra marge, moet hier een business case van kunnen worden gemaakt.

Ik ben geen econoom, maar omdat ik het wilde weten heb ik er voor Vlaardingen aan gerekend – en het kan. Dit levert dan een win-win-winsituatie op: de gemeente steunt zijn eigen burgerij, die meewerkt aan de verduurzaming van de stad, waarbij beiden er financieel beter van worden. In de Australische staat Victoria wordt al gewerkt met dergelijke leningen, terug te betalen in zeven jaar en gekoppeld aan een energieprestatiecontract. Dit systeem heeft al geleid tot 30 tot 50% energiereductie bij bestaande gebouwen, terwijl de leningverstrekker zijn geld met inflatiecorrectie terugontvangt.

Sla vijf vliegen in één klap
Mark en Diederik, de economie, vooral de bouw, heeft een fikse impuls nodig, geen verdere bezuinigingen. De bestaande voorraad moet energie-efficiënter worden, uiteindelijk energieneutraal. Bewoners willen lagere energielasten, maar hebben het geld niet om hierin te investeren. Overheden willen hun vermogen renderend beleggen; in deze tijden van recessie zijn ook alleen verstandige landelijke bestedingen mogelijk. Banken zoeken in de vastgelopen markt naar nieuwe financiële producten.

Zien jullie, met mij, de samenhang? Hier kunnen vijf vliegen in één klap worden geslagen. Faciliteer de energierenovatierevolutie en red het land! Of energiedeltaplan, voor Mark.

Deel dit artikel

permalink

 

 

Meer door TU Delft