De sociaal-culturele kant van transitie in de bouw

In transities is het noodzakelijk om de technische kant te overstijgen en de sociaal-culturele kant te includeren. Welke dynamiek speelt er in deze tijden van chaos in de bouwsector? Hoe versnellen we gezamenlijk de koers en nemen we iedereen daar tegelijkertijd in mee? Laten we uitsteken boven de bouwsector, nieuwe bruggen bouwen en de boel opschudden voordat we te snel over nieuwe EPG+MPG-eisen praten. Bewustwording over de urgentie en het aanspreken van de intrinsieke motivatie brengen zelfs het woningtekort mogelijk in een ander daglicht.

Bouwen als het nieuwe roken 

Met Gideon richten we ons daarom naast de energie- en materialentransitie ook op de sociale transitie en cultuurverandering. Sociale normen zijn cruciaal bij transities en de overheid is daarbij volgend. Jan Rotmans geeft in zijn boek ‘Omarm de Chaos’ het voorbeeld van de rooktransitie. “Roken veranderde van stoer, sociaal en gezellig in twee generaties tot vies en ongezond. Een kleine groep koplopers stopte toen zij kennisnamen van de schadelijke gevolgen. Die koplopers beïnvloedden een grotere groep, de koplopers van het peloton, en daarna het peloton zelf. De massa stopte pas met roken toen de gezondheidscultus en de fitnessrage opkwamen. Pas na zo’n dertig jaar onderweg in deze transitie kwam de overheid met wetten en regels om het roken aan banden te leggen.” Hierbij speelt ook mee dat, zoals Herman Wijffels dat benoemt, de overheid en het traditionele bedrijfsleven met elkaar in bed liggen. De lobbykracht van de heersende macht voorkomt dat de regelgeving op natuurlijke wijze de tijdgeest volgt.

Koplopers, blijf naar voren kijken

Vanuit dit perspectief is het interessant om te kijken naar de houding en het gedrag van koplopers. Koplopers worden gedreven door intrinsieke motivatie in combinatie met het voelen van een externe urgentie. Vanuit die urgentie maken ze zich boos over zouteloze regelgeving vanuit de overheid en de vertragende lobbykracht van de heersende macht. Volgens mij is het effectiever als ze hun boosheid kanaliseren en inzetten voor meer furore aan kop van de koers. Zo laten ze de massa versnellen en voorkomen ze dat gedoe rond regelgeving hen afremt.

Het artikel over klimaatneutraal bouwen in 2025 van Onno Dwars (Ballast Nedam Development) en Menno Schokker (Merosch) deed me hieraan denken. Onno is een geletruidrager in ontwikkelend Nederland. Bij elke koers in de Nederlandse bouwwereld weet hij weer te verrassen. Hij laat zien dat je in een koers zelf het parcours uit kunt zetten. Dit is én noodzakelijk én het geeft energie. Merosch (met onder andere Menno Schokker) is een ploeg die vanuit hun vooruitstrevende rol in ontwerpteams ook al jarenlang topprestaties levert. Je committeren aan enkel nog tenminste energieneutrale projecten is een statement. Met hun wijze van koersen zorgen zij er beiden voor dat het peloton in een hogere versnelling komt. Laten ze zich met hun focus op ambitie blijven richten op de tête de la course. Dit wordt dan vanzelf voelbaar bij de ambtenaren in de bezemwagen (focus op eisen).

Technisch-inhoudelijk dragen deze twee mannen terechte en wezenlijke punten aan voor een integrale aanpak voor klimaatneutraal (= energieneutraal + milieuneutraal) bouwen. In het kort: combineer de EPG en MPG. De vraag is hoe hun voorstellen landen bij de mannen en vrouwen die uiteindelijk de regelgeving op papier zetten. Dat gaat over de sociaal-culturele kant van de beoogde transitie. Ze zijn niet los van elkaar te zien. Als er geen gehoor is voor de goedbedoelde suggesties van de koplopers, kan dat bij hen zomaar leiden tot een energielek. En dat waar energiepositiviteit het doel is.

De rol van bewustwording

Een transitie gaat niet zonder persoonlijke transitie en dat doet iedereen op zijn eigen tempo. Bewustwording is een belangrijke drijvende kracht daarin. Als mensen in hun eigen kijk op zaken tot inzichten komen is wezenlijke verandering nabij. Dat werkt sterker dan als iemand je oplegt dat je móét veranderen. Het gaat erom dat alle schakels in de curve opschuiven. Mensen zijn het meest ontvankelijk voor mensen bij hun in de buurt, die een vergelijkbare taal spreken en verwant gedrag vertonen. Uit eigen ervaring kan ik vertellen dat 'het beter weten' niet of nauwelijks werkt, of zelfs averechts werkt. Mensen in hun intrinsieke kern raken en bewust maken van de urgentie is een vak apart.

De vraag hoe je in gesprek gaat met iemand op een willekeurige positie in de curve intrigeert me. Zo ook bij een nieuw bouwkundevak over circulair bouwen dat we geven op Avans Hogeschool. We laten studenten daar berekenen wat hun water-footprint is. Direct en indirect watergebruik. Gemiddeld zo'n 2 tot 2,5 miljoen liter per jaar. Dat is 4 á 5 liter per minuut per persoon. Een kraan die continu aanstaat. De grootste posten zijn voor voeding (met name vlees) en aankoop van goederen (met name kleding). En ja, het water is niet verdwenen nadat het gebruikt is zoals bij fossiele brandstoffen. Toch is de impact gigantisch en is het iets waar vrijwel niemand zich nog bewust van lijkt te zijn. “Meneer, dit kan toch niet waar zijn?” Daarom is het goed dat we deze dingen leren. Dat maakt de kans groter dat we zelf urgentie ervaren over hoe we met onze planeet, haar grondstoffen en haar ecosysteem omgaan.

Van duurzaam gebouw naar duurzaam leven

Iets anders dat we hebben laten berekenen is voor hoeveel kilo bouwmaterialen ieder verantwoordelijk is. Ondanks dat materialen letterlijk in beton gegoten zijn en los lijken te staan van hun gebruikers, is terug te rekenen hoeveel beton en andere materialen aan iemands footprint zijn toe te kennen. Stel dat je bijvoorbeeld met zijn vieren woont in een woning met een betonnen casco. Op basis van een levensduur van 50 jaar voor het beton, komt dit neer op een bijdrage van 2 kg beton per dag per persoon. Je smeert het niet op je boterham en toch is het indirect voor jou geproduceerd. Is het dan ook geen gekke gedachte om een koppeling te gaan maken tussen gebouwmaterialisatie en de specifieke gebouwgebruiker?

Dus aan welk haakje hangen we de CO2-uitstoot op? Aan een gebouw of aan een gebruiker? Is het geen cruciale fout dat we elk nieuw gebouw dat we neerzetten weer haar eigen carbon-budget (energie én materialen) meegeven? Gebouwen zijn er voor mensen. Ieder mens heeft zijn footprint. Ik kan als persoon meerdere duurzame en zelfs prijswinnende gebouwen neerzetten en gebruiken, en toch veel meer bijdragen aan de klimaatproblemen. Laten we het blikveld verruimen, het perspectief verfrissen en daarna weer inzoomen. Komen we dan nog steeds tot de conclusie dat we 1.000.000 woningen moeten bouwen? Zonder te zeggen hoe de beleidsmakers hier wetten en regels van moeten maken, geef ik ze het graag mee om op te kauwen. Laten we dit gesprek voeren met elkaar, voordat Hugo de Jonge zijn zinnen heeft gezet op het najagen van 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar.

Deel dit artikel

permalink

 

 

Meer door Marten Valk