Wat kunnen we leren van koploper gemeente Nijmegen? - deel 1

De resultaten van de Gemeentelijke Barometer 2015 lieten zien dat 79% van de Nederlandse gemeenten klimaat- en energiedoelen heeft geformuleerd. Echter, slechts 13% van de Nederlandse gemeenten gaf aan duurzaamheidsdoelstellingen gesteld te hebben voor het gemeentelijk vastgoed conform Europese wetgeving én hier beleid op te voeren.

In een eerdere blog benoemde ik de vijf basiselementen om tot succesvolle verduurzaming van gemeentelijke vastgoedportefeuilles te komen. In dit drieluik ga ik verder in op de best cases uit de praktijk; wat valt er bijvoorbeeld te leren van een gemeentelijke koploper - gemeente Nijmegen?

Zonder masterplan geen (gerichte) actie

Bijna 5 jaar geleden concludeerden de gemeente Nijmegen en Royal HaskoningDHV dat de gemeentelijke energierekening voor het grootste deel voortkwam uit de energie die er in de gemeentelijke vastgoedportefeuille gebruikt werd. Tegelijkertijd zag men verduurzamingkansen bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden. De aanleiding om verduurzaming concreet te maken. Een eerste stap omvatte de ontwikkeling van een strategie voor duurzaam vastgoed. De strategie, uitgewerkt in een masterplan, zet uiteen hoe op een effectieve en efficiënte manier tot verduurzaming van het vastgoed te komen én hoe deze tot uitvoering te brengen. Collega en projectmanager van Royal HaskoningDHV Jaap Wildeman: ‘We zien dat verduurzaming vaak ad-hoc wordt aangepakt en dat een onderliggende strategie en koers ontbreekt. Het masterplan vormde in Nijmegen een structurele, onderbouwde en gedragen aanpak waarmee zowel op politiek als ambtelijk niveau het benodigde draagvlak werd gecreëerd en er in de praktijk een basis lag om de gebouwspecifieke uitvoeringsplannen te ontwikkelen.’

Keuzes maken: gefocust kom je verder

Een uitdaging bij elke gemeente is de afstemming van de portefeuillestrategie en de verduurzamingstrategie. Duurzaam investeren in vastgoed dat geen strategische invulling krijgt, is namelijk voor veel gemeenten geen verantwoorde stap omdat de gemaakte investering bij verkoop mogelijk niet meer terugvloeit. De gemeente Nijmegen kent een vastgoedportefeuille van ruim 500 objecten. Het eerste verduurzamingsmasterplan concentreert zich rond 75 van deze objecten, zoals de wijkcentra, cultuurpodia en concernhuisvesting, die gezamenlijk circa 75% van de totale energievraag op zich nemen. ‘We hebben in eerste instantie gefocust op hoofdzakelijk de gebouwen waar de exploitatie volledig bij de gemeente ligt en die een groot aandeel hebben in het energieverbruik’, noemt Erik Cobussen, bouwmanager van de gemeente Nijmegen. Hierdoor zijn er in afgelopen jaren verbetermaatregelen genomen in de gebouwen waar de impact op de totale footprint het grootst is. Door daarnaast te focussen op de gebouwen die op middellange termijn het meest belangrijk zijn voor de doelen van de gemeente is daarmee de investering rendabel en verantwoord.

Naast techniek ook aandacht voor gedragsverandering

Verduurzamen gaat voor een deel over techniek, maar eveneens over bewustwording en gedragsverandering van de gebouwgebruikers. Wellicht een glazen plafond waar doorheen gestoten dient te worden, omdat technische aanpassingen makkelijker te maken (lijken te) zijn en effecten goed voorspelbaar zijn. In Nijmegen koos men voor een communicatietraject  ‘we gaan voor nul’  gericht op het voorkomen van verspilling. Binnen het traject ligt de focus op het communiceren over verduurzaming van gebouwen en bedrijfsvoering en  tegelijkertijd het enthousiasmeren van de medewerkers om zelf in actie te komen. Beleidsmedewerker Duurzame Ontwikkeling en kartrekker hiervan  Kim Kerckhoffs vertelt: ‘De ultieme energiebesparingen behaal je pas door óók naar gedrag te kijken. Dit kan gaan om relatief simpele verbeteringen zoals het uitzetten van alle desktopcomputers aan het einde van de dag. Dat klinkt logisch om te doen, maar dat het werkelijk gebeurd is nog niet altijd vanzelfsprekend.’ In Nijmegen zal in het kader van de Dag van de Duurzaamheid op donderdag 8 oktober door wethouder Vastgoed Renske Helmer in bijzijn van alle betrokkenen het laatste raam geplaatst worden. Dit moment zal gebruikt worden om samen met medewerkers de periode van gebouwgebonden verduurzaming af te sluiten en iedereen uit te dagen om met het eigen gedrag de next step te maken.

Na activeren en organiseren nu opschalen

Nijmegen toont zich op de hogere treden van de ‘maturity ladder’ als het gaat om verduurzaming van het vastgoed. Net als bij andere gemeenten zie ik het doorlopen van een fase van ‘activeren’ van politiek en beleid, waarna een fase van ‘organiseren’ oftewel het operationaliseren van doelstellingen en financieel mogelijk maken van projecten (over financiën meer in het derde deel van deze blogserie). De volgende stap in Nijmegen, maar ook bij andere gemeentelijke koplopers, is een fase van ‘opschalen’. Veelal gaat dit om het aanpakken van de kleinere gebouwen, om ingewikkelde huurconstructies, de minder rendabele maatregelen en (nog) sterker inzetten op gedragsverbetering. Het doorlopen van deze drie fasen helpt gemeenten om tot de meest gebruikte ambitie te komen: energieneutraliteit van de eigen organisatie.

Deel dit artikel

permalink

 

 

Meer door Marieke Oosterbaan

Meer nieuws uit Nijmegen, Gelderland