‘Van waardeloos vastgoed naar waardevast flexgoed’

In de Week van de Circulaire Economie trok het webinar Circulair Bouwen ruim 150 bezoekers, die afkwamen op een interessant en divers programma. Van hout tot beton, van contract tot aftrekpost, veel facetten van de circulaire toekomst (en heden) kwamen aan bod.

Het geheel werd aan elkaar geknoopt door moderator Cor van Dijken, zelf dagelijks actief met circulaire vraagstukken (van bedrijventerreinen tot warmtepompen). Irma Thijssen (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, RVO) begon met de diverse opgaven op dit gebied en toonde veel mogelijkheden om in woord en daad ondersteuning te krijgen.

Woningcorporaties

De komende tien jaar worden volgens Thijssen beslissend: halen we de klimaatdoelen of niet? Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de woningcorporaties. Thijssen noemde daarom een recent verschenen rapport, waarin wordt aangegeven hoe woningcorporaties aan de doelstellingen kunnen bijdragen met circulaire renovatie en nieuwbouw (lees ook dit artikel met het filmpje dat Thijssen toonde).
Volgens Thijssen ontwikkelen marktpartijen veel concepten en willen ze graag worden uitgedaagd door de opdrachtgevers. Meer samenwerking en de zoektocht naar een circulaire aanpak maken het werk ook weer leuk, hoort zij regelmatig.

De knelpunten uit de Transitieagenda (TA) Circulaire Bouweconomie die tot 2023 daarbij moeten worden aangepakt, zijn:

Verder moet er goed gekeken worden naar het interne draagvlak bij opdrachtgevers, de juiste terminologie en de samenwerkingsvormen. Je kunt je als opdrachtgever ook voegen bij een van de zestien buyer groups (PIANOo). Daarin werken publieke opdrachtgevers samen om met elkaar een duurzame marktvisie en strategie op te zetten.

Houtbouw

Thijssen hield verder een pleidooi voor houtbouw, een snelle bouwmethode met mooie kansen voor opschaling. Er komen echter ook vragen en vooroordelen aan te pas en RVO laat de voor- en nadelen nu onderzoeken. Ondertussen kijkt het ministerie ook naar een verdere aanscherping van de MPG (met ook biobased materialen), en wordt er gewerkt aan het materialenpaspoort. Zie hier zaken die op stapel staan:

Let verder op de MIA-regeling, die nu ook codes bevat voor circulaire woningen en gevels, en op de vele publicaties van RVO (zie afbeelding onder). Er komen waarschijnlijk meer subsidieregelingen, dus houd deze website goed in de gaten, besloot Thijssen.

Label B in 2016

Vervolgens vertelde Gerrolt Ooijman (Wonion) dat zijn woningcorporatie al in 2008 de doelstelling ‘energieneutraal in 2030’ formuleerde. En in 2016 het energielabel B (gemiddeld) aan de portefeuille kon hangen, vijf jaar voor de wettelijke eis. Ooijman: “Door onze ambities keken we, samen met The Natural Step, verder dan alleen naar energie. Wees je je ervan bewust dat je moet blijven veranderen en ook fouten maakt. Stop de tijd ook in je eigen organisatie, zeker als bestuurder. Dat zorgt voor inspiratie en levert ook ideeën uit de eigen organisatie op.”
Wonion is inmiddels ook aangesloten bij de Groene Huisvesters, een grote groep van corporaties en koepels die het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad willen versnellen. Let op het inspirerende programma op hun website, aldus Ooijman.

De natuur kent geen afval

Henk Jansma van adviesbureau DWA vervolgde met een bevlogen betoog over de aarde en afval. “We zijn te gast in de natuur en moeten wat betreft het begrip People Planet Profit anders gaan nadenken over profit. Dat begrip heeft ons jarenlang op het verkeerde spoor gezet, waardoor we duurzaamheid nu berekenen. Dat economisch verdienmodel moeten we uit ons hoofd halen, anders redden we de verduurzaming niet.”

Via planet - “De aarde heeft een waanzinnig grote groeikracht en heeft onze hulp niet nodig” - belandde Jansma bij people: “Het gaat om ons gedrag. Wij produceren afval en laten dat achter, niet de natuur. Ontwerp daarom zo dat je in de eindfase geen afval achterlaat. Kies voor materialen die afbreekbaar zijn binnen de levensduur en niet na heel lange tijd. We hebben verder een te grote scheiding gemaakt tussen woongebieden en de natuur. Daardoor zijn we kasplantjes geworden en denken we dat de rest mag affikken.”
Er is een materiaalstrategie nodig, zei Jansma verder, met aandacht voor losmaakbaarheid, levensduurverlenging en de mogelijkheid van repareren. “Het is onacceptabel dat je bij een vaatwasser met een kapotte temperatuurmeter van een paar centen de hele warmtepomp moet vervangen!”

Ook Jansma hield een warm pleidooi voor hout. In Europese bossen groeit genoeg hout om elke negentien seconden een compleet houten huis te bouwen. “We gebruiken in slechts 2% van de gevallen hout en er is capaciteit voor 40%. Mits we de natuur de ruimte geven voor nieuwe aanplant.” Jansma is daarom medeondertekenaar van het manifest voor een eerlijker speelveld voor hout bij het berekenen van de milieubelasting.

Drijvend kantoor van hout

Zijn DWA-collega Rico Logman vervolgde met een prachtig voorbeeld van houtbouw, het drijvende kantoor in de Rotterdamse Rijnhaven. Het floating office kent als fundament een drijvende betonnen bak. De opbouw mag daarbij niet te zwaar zijn en dan kom je terecht bij hout. Ook goed voor de circulariteit, want de compleet houten constructie is losmaakbaar. Logman: “Hout is een enorm mooie bouwstof. Waarom worden er dan vraagtekens bij gezet? Bij het delven van fossiele bouwstoffen graaf je steeds diepere gaten in de aardbol en die groeien niet terug!”

De hoeveelheid technische installaties is beperkt, omdat het pand een optimaal geïsoleerde schil kent, met de warmtewisselaar in het fundament als ‘kroonstuk’. Met behulp van het rivierwater is dit een perfecte WKO voor voldoende koude en warmte in zomer en winter. Ook de volautomatische binnen-zonwering helpt daarbij een handje. Deze reageert op de lichtintensiteit, terwijl in winternachten de zonwering juist dichtgaat (isolatie).
Volgens Logman staan we vlak voor een kantelpunt, waarbij investeerders en beleggers minder kiezen voor de fossiele economie en meer circulaire vragen stellen. “Daarom moeten we nu opschalen en meer gaan oefenen”, aldus Logman.

Contracten

Na de pauze ging Chantal Schrijver (Tauw) heel grondig in op circulariteit in contracten. Ze werkt voornamelijk in de GWW en ziet daar een toename van duurzaamheid en circulariteit in aanbestedingen (totaal: 35,2%). De gunningscriteria die daarbij het meest worden toegepast zijn de CO2- prestatieladder, een duurzame uitvoering en een duurzaam resultaat. Desondanks gaat het grondstoffengebruik niet omlaag (Planbureau voor de Leefomgeving). Er is daarom veel behoefte aan inspiratie en het delen van successen, elkaar opleiden en dan is ketensamenwerking essentieel.

Schrijver illustreerde het hogere doel, de stip op de horizon, met deze twee afbeeldingen:

Butterflymodel Ellen McArthur Foundation + R-ladder (boven: input, onder: output en in het midden de diverse levenscycli).

 

Het is van belang om al aan de voorkant (bovenaan de afbeelding) te voorkomen dat je kiest voor het gebruik van virgin grondstoffen. Daaruit valt volgens Schrijver meer winst te halen. De pijlen aan de zijkant (‘vleugel van de vlinder’) tonen het hergebruik, zodat er uiteindelijk geen afval meer overblijft. Schrijver: “Let op dat hoe verder je in een project zit, hoe meer keuzes al door de opdrachtgever zijn bepaald. Neem dat mee voordat je in de contractfase zit.”
Als expliciet voorbeeld van goed hergebruik noemde Schrijver de materialenhub van de gemeente Amsterdam, dat ook in de contracten terugkomt. “Aspecten als losmaakbaarheid of modulariteit komen in de GWW echter mondjesmaat terug in contracten, evenals het materialenpaspoort dat gangbaarder is in de B&U.”

“Misschien moeten we wel over die stip op de horizon van vijftien jaar heen kijken. Laat daarbij de circulaire ontwerpkeuzes maken door degene met de meeste kennis. Doe eventueel als opdrachtgever een stap terug om ruimte te laten aan ideeën van marktpartijen. Daarop moeten dan wel de samenwerkingsvormen zijn aangepast. Met meer geïntegreerde contracten. Een ander mooi initiatief zie je in het bruggenprogramma van de provincie Noord-Holland. Door het programmatisch inkopen geef je de markt inzicht in de terugverdienpotentie voor innovaties”, besloot Schrijver.

Beton dat in waarde stijgt

Het webinar werd afgesloten door Peter Musters van betonproducent VBI, wiens kanaalplaatvloeren ook erg circulair kunnen zijn. Dat blijkt ook uit de goede MKI-waarde van de ‘groene’ kanaalplaatvloeren van VBI. Een van de oorzaken van de goede milieu-ranking schuilt in de luchtkanalen, wat een hoop grondstoffen reduceert. En dankzij het CSC-certificaat Gold worden ze zelfs erg goed gewaardeerd door BREEAM.

Musters hamerde ook op losmaakbaarheid, zodat beton veel extra levensjaren verwerft. Essentieel daarbij is dat het ontwerp (‘legolisering’) de mogelijkheden biedt voor demontage en hergebruik. Dat kan zelfs op een hoogwaardige manier, dus zonder verlies van functie of kwaliteit.
Als voorbeeld toonde Musters de tijdelijke rechtbank in Amsterdam, waarvan delen na vijf jaar gebruik in een kantoor in Enschede terugkomen. Neem verder in het ontwerp, naast gebouwflexibiliteit ook klimaatadaptiviteit mee, zodat het dak een groendak of PV-panelen kan dragen. Musters: “Waardeloos vastgoed wordt zo waardevast flexgoed”.

Musters gebruikte in zijn betoog dit model.

Laat de grondstoffen na gebruik zo schoon mogelijk terugkomen in de keten, dan kan de betonindustrie deze weer hoogwaardig hergebruiken, stelde Musters. Rijkswaterstaat zal tot 2030 bij sloop laagwaardig hergebruik van betongranulaat stapsgewijs uitfaseren, dus komen er ook meer gebruikte grondstoffen beschikbaar. Musters tot slot, op aangeven van Van Dijken: “Kanaalplaten kunnen door hergebruik nog weleens aanzienlijk in waarde gaan stijgen.”

Tekst: Ysbrand Visser
Foto bovenaan: Transitieagenda Circulaire Bouweconomie

Deel dit artikel

permalink