Achteruitkijkspiegel

timer5 min
Achteruitkijkspiegel

Als we nadenken over de verduurzaming van de gebouwde omgeving, dan gebruiken we de achteruitkijkspiegel: we baseren ons op ervaringen uit het verleden. Niet bewust, want dat verleden is vaak verborgen in uitgangspunten die onder normen en standaarden liggen. Daardoor weten we nu niet of de gebouwen die we neerzetten gaan voldoen aan de eisen van komende jaren. Dat moet vanzelfsprekend anders, maar dat vraagt wel om herziening van een aantal fundamentele uitgangspunten. Het is tijd om vooruit te kijken!

Stel je voor: autorijden met als enige informatie het beeld van de achteruitkijkspiegel. Onmogelijk! We willen het niet eens proberen, zo gevaarlijk is het. En toch is het een goede metafoor voor hoe we onze gebouwen en onze omgeving vorm blijven geven. We dimensioneren op basis van normen en standaarden die afgeleid zijn uit ervaringen en meetresultaten. Maar dat is informatie uit het verleden. Prima in tijden van stabiliteit, maar niet als alle randvoorwaarden sterk aan verandering onderhevig zijn. Klimaatverandering is wel het beste voorbeeld, maar zeker niet het enige.

Vooruit kijken

Maar hoe zou dat dan moeten werken? Bijvoorbeeld door in het gebouwontwerp en bij het dimensioneren van gebouwinstallaties uit te gaan van klimaatdata die niet uitsluitend gebaseerd zijn op het verleden, maar rekening houden met de toekomst. En dat gaat om meer dan een hogere maandgemiddelde buitentemperatuur. Langere perioden met dagmaxima boven 30 °C en nachten boven 20 °C, maken nadenken over vormen van koeling noodzakelijk. De kunst is dan om niet in de ‘airco-reflex’ te schieten, maar na te denken over passieve maatregelen, zoals buffering van koude. Lange perioden van droogte die worden afgewisseld met extreem veel neerslag in korte tijd vragen om opvang en vasthouden, maar ook om constructieve aanpassingen. Overigens niet alleen in de bouw, maar zeker ook in gebiedsinrichting en infrastructuur. Daarin hebben we al veel geleerd, maar dat kan en moet nog beter. Het zijn maar twee voorbeelden uit een veel langere lijst.    

Er zijn drie principiële uitgangspunten die daarbij een rol moeten spelen: de beleidsmatige keuze om vooruit te kijken, het maken van onderscheid naar locatie en het opheffen van de scheiding tussen gebouw en gebied. Een korte verkenning van alle drie de aspecten.

Beleidskeuze

De beleidsmatige keuze om vooruit te gaan kijken lijkt de meest eenvoudige. Besluiten, en door! Maar het vraagt politieke moed, want het verlangt keuzes op basis van toekomstverwachtingen. De parallel met het coronabeleid dringt zich op: 100% besluiten op basis van minder dan 50% informatie, in het besef van het risico dat je in de toekomst moet bijsturen. Die verwachtingen zijn niet spijkerhard, want gebaseerd op modellen, onderzoek en expertkennis. Maar de noodzaak wordt geïllustreerd door recente klimaatmetingen die overeen komen met de worst-case-scenario’s van nog maar een paar jaar terug.
Gevoelsmatig kan het overkomen als een draai van 180°: van achteruitkijken op basis van meetresultaten naar vooruit kijken op basis van prognoses. Toch is de stap minder groot dan het lijkt. In andere sectoren, zoals de verkeersinfrastructuur, is het gebruikelijk. Bij de bepaling van het rendement van de elektriciteitsopwekking in het kader van de energieprestatie van gebouwen is de draai al gemaakt. Een politiek steuntje in de rug in dit verband is de intentieverklaring Klimaatverandering en koeling gebouwen  die medio augustus 2020 is gepresenteerd. Het is een initiatief van OSKA, het Overleg Standaarden KlimaatAdaptatie, een samenwerkingsverband tussen kennisinstellingen, bedrijven, standaardisatie-instellingen en de overheid, die eraan werkt dat nieuwe inzichten over klimaatverandering meegenomen worden in normen en standaarden. Een kwestie van beleidsmatig inkoppen dus.

Locatie-afhankelijkheid

Onderscheid maken naar locatie lijkt logisch. In een ontwerp is het een open deur. In normalisatie en standaardisatie niet. Door juist geen onderscheid te maken en landelijk uniforme uitgangspunten te hanteren, wordt het mogelijk om met standaardoplossingen de hele markt te bedienen. Een woning die aan bouwregelgeving en energieprestatie voldoet in Den Helder, kan ook gebouwd worden in Maastricht. Maar het klimaat tussen die twee steden verschilt flink: qua temperatuur, neerslag, zonuren en wind. Toegegeven: in de constructieberekeningen moet een andere windklasse worden aangehouden, maar daar blijft het bij. In BENG-termen moet gedacht worden aan 5-10 kWh/m2; dat is 10- 20% van de grenswaarde in de regelgeving. Bovendien negeren we daarnaast verschillen tussen stad en platteland: de hittestress in steden is bijvoorbeeld aanzienlijk groter. Het lijkt tijd om deze verschillen mee te gaan nemen. Misschien niet direct in de grenswaarden voor de energieprestatie (BENG en Energielabel), maar zeker wel in de berekende warmte- en koudebehoefte voor dimensionering van installaties en bij het prognosticeren van het thermisch comfort, zoals in een temperatuuroverschrijdingsberekening.

Integratie gebouw en gebied

Dan het kunstmatige onderscheid dat we vaak maken tussen gebouw en gebied. Bij het beoordelen van gebouwen, worden gebiedsinvloeden vaak genegeerd. De bouwregelgeving is gebaseerd op spiegelsymmetrie: de aanname dat op het naastgelegen perceel precies een zelfde gebouw staat. Effecten als schaduwwerking van belendingen mogen genegeerd worden bij een beoordeling aan de bouwregelgeving. PV-cellen aan een belemmerde gevel tellen mee in de energieprestatieberekening, maar hebben een significant lagere opbrengst. Gebiedsinrichting, zoals bomen of water, kan enorm bijdragen aan bijvoorbeeld het voorkomen van opwarming binnenshuis, maar wordt bij de beoordeling daarvan genegeerd. Ook op dit vlak lijkt nuance enerzijds en een meer holistische blik anderzijds noodzakelijk voor een optimaal praktijkresultaat. Het begint met het besef dat ‘ontwerpen’ en ‘voldoen aan de norm’ twee verschillende zaken zijn. Maar aan de andere kant moet ‘voldoen aan de norm’ een relatie houden met de realiteit. Door gebouw en gebied meer integraal te beoordelen, kunnen we hierin stappen maken. De goede en praktische voorbeelden zijn er, bijvoorbeeld in de plannen voor bestaande wijken in Rotterdam en Arnhem.

Tot slot

Drie aspecten van vooruit kijken. Noodzakelijk vanwege de snel veranderende randvoorwaarden voor onze gebouwde omgeving. Het beperkt zich niet tot klimaatadaptatie, maar dat is wel het onderwerp waarin deze benadering relatief nieuw is. Door daar open naar te kijken, kunnen we een grote stap zetten naar een toekomstbestendige gebouwde omgeving. Tijd dus om afscheid te nemen van het louter sturen op informatie uit het verleden. De noodzaak is er. Nu de daden. Zodat we over een aantal jaren in onze achteruitkijkspiegel zullen zien dat we de juiste afslag hebben genomen.

Tekst: Harm Valk, Nieman Raadgevende Ingenieurs

Gerelateerde artikelen, events & downloads

c21 c54
De innovatiechallenge: gebruik de ideeën in je eigen organisatie

De innovatiechallenge: gebruik de ideeën ...

17 sep om 17:00 uur
timer 4 min

Marc Kooij: De druk om steeds sneller te komen met nieuwe oplossingen neemt toe. Leveranciers die deze innovaties bedenken, ...

Lees verder »

c21 c54 c243
Het kan anders: verkavelen

Het kan anders: verkavelen

16 sep om 13:01 uur
timer 3 min

In zijn reeks van blogs laat Hans Hidden zien hoe je de ruimtelijke omgeving anders kunt inrichten met de focus ...

Lees verder »

c21 c54 c148 c245
Ventileren voor dummies

Ventileren voor dummies

23 aug om 13:00 uur
timer 13 min

Goed ventileren van huizen en gebouwen is belangrijk, voor comfort én gezondheid. Zoals met zo veel dingen ...

Lees verder »

c21 c54 c243
Waar halen we onze elektriciteit vandaan in 2050?

Waar halen we onze elektriciteit vandaan in ...

19 aug om 16:01 uur
timer 5 min

Jan-Maarten Elias: Het is 2050. Hoe ziet de energievoorziening binnen de gebouwde omgeving er dan uit? In ieder geval zonder verbranding ...

Lees verder »

c21 c54 c243
Het kan anders: parkeernormen

Het kan anders: parkeernormen

12 aug om 11:01 uur
timer 3 min

In een blogreeks gaat Hans Hidden in op hoe het ‘anders kan’ in de ruimtelijke omgeving, waarin hij ...

Lees verder »

c21 c54 c243 c277 c278
Wat als

Wat als

10 aug om 13:01 uur
timer 3 min

Het IPCC luidt opnieuw de noodklok en mede daarom gaat Norbert Schotte, bij VORM manager Innovatie & Duurzaamheid, ...

Lees verder »

c21 c54 c259 c277
Weeralarm of weer alarm?

Weeralarm of weer alarm?

28 jul om 10:00 uur
timer 2 min

Harm Valk: Het klimaat is veranderd. Toch lijkt de illusie te bestaan dat we de definitieve verandering nog kunnen voorkomen, ...

Lees verder »

c21 c54 c266 c277
Multifunctionele daken – flexibele oplossing voor klimaatadaptieve dakconstructies

Multifunctionele daken – flexibele oplossing ...

22 jul om 08:00 uur
timer 4 min

Benno Nijenhuis: In het vakgebied van platte daken is het hebben van een goede link met ontwerp en architectuur belangrijk en soms ...

Lees verder »

c21 c54 c243 c244
Toekomst van wonen en CO2-reductie

Toekomst van wonen en CO2-reductie

21 jul om 15:30 uur
timer 5 min

Marten Valk: We hebben in de gebouwde omgeving de uitdaging om onze huidige CO2-uitstoot terug te brengen van 180 Mt/jaar naar ...

Lees verder »

c21 c54 c244 c276
Visie op 2050: ‘Gebouwen produceren zelf water’

Visie op 2050: ‘Gebouwen produceren zelf ...

20 jul om 17:00 uur
timer 2 min

Johan Bel: Wat hebben we ons toch een zorgen gemaakt 30 jaar geleden. De aanstormende ellende van klimaatverandering denderde ...

Lees verder »

c21 c54 c243
Het kan anders: financiering

Het kan anders: financiering

20 jul om 11:00 uur
timer 3 min

In een blogreeks gaat Hans Hidden in op hoe het ‘anders kan’ in de ruimtelijke omgeving, waarin hij ...

Lees verder »

c21 c54 c135 c243
Energielabel C eerste, kleine stap richting Eindnorm Utiliteitsbouw

Energielabel C eerste, kleine stap richting ...

16 jul om 13:01 uur
timer 3 min

Nog anderhalf jaar en dan is Energielabel C verplicht voor elk kantoorgebouw in Nederland. Daarmee zijn we er ...

Lees verder »

Reactie plaatsen

keyboard_arrow_up