‘Renovatie kan leren van erfgoed en nieuwbouw’

timer6 min
‘Renovatie kan leren van erfgoed en nieuwbouw’

Nederland begint vol te raken. Toch horen we regelmatig vanuit stedenbouwkundige hoek dat er nog voldoende ruimte is en dat we met renovatie een grote slag kunnen slaan. Wido Quist, universitair docent en sectieleider Heritage & Technology aan de TU Delft, ziet op dit vlak kansen door een kijkje bij elkaar in de keuken te nemen. “Wij als BV Nederland kunnen het ons niet veroorloven alle monumentale gebouwen te laten voor wat ze zijn.”

“Disciplines die vroeger erg gescheiden waren, te weten restauratie, renovatie en nieuwbouw, zie ik steeds meer door elkaar heen lopen”, aldus Quist. “Daar zit kracht in.” Volgens hem kan bijvoorbeeld de traditioneel als ‘stoffig’ geziene restauratiebranche veel leren van ontwikkelingen op het gebied van nieuwbouw, zoals het gebruik van duurzame en biobased producten. “Aan de andere kant begint de nieuwbouwsector zich steeds meer te realiseren dat wat er gebouwd moet worden er vaak al is. Wat mij betreft ligt de grootste waarde dan ook in renovatie: omgaan met het bestaande om opgaves in te vullen, maar zonder die zware cultuurhistorische lading.”

Progressief Nederland

Vanuit de restauratiebranche is veel te leren over omgaan met het bestaande. Zorgvuldigheid en behoud van karakter en waardes zijn vruchten die andere sectoren kunnen plukken, al is het tegenovergestelde ook waar. “Denk aan de ontwikkelingen in verf”, zegt Quist. “Vroeger stapten we van op lijnolie gebaseerde verven over op chemisch verf, wat eigenlijk niet geschikt is voor restauratiewerkzaamheden. Door houtbouw komt traditionele olieverf juist weer op, wat naadloos past bij historische materialen.” Hetzelfde geldt voor isolatiemateriaal, zegt de universitair docent, om bijvoorbeeld materialen als steen- en glaswol uit te faseren. 

'Polderen, in positieve zin, speelt een belangrijke rol in het idee van 'behoud door ontwikkeling''

De renovatiesector snoept in die zin van beide walletjes. “Zij kunnen leren van de precisie om iets te behouden, wat je ook kunt betrekken op bijvoorbeeld economische waarde of gebruikswaarde, zodat iets weer hip and happening wordt”, zegt Quist. “Dat kunnen wij omdat Nederland daarin voorop loopt. Wij hebben wereldwijd gezien een redelijk progressieve monumentenzorg: heel veel is bespreekbaar. Architecten zijn altijd in dialoog met alles en iedereen. Dat polderen, in positieve zin, speelt een belangrijke rol in het idee van ‘behoud door ontwikkeling’, een credo dat twintig jaar geleden al werd geponeerd.”

‘Renovatie kan leren van erfgoed en nieuwbouw’
Herbestemmingsvoorstel voor de voormalige V&D te Leiden (afstudeerproject Pieter van der Weele, 2021)

Vinex look-a-like

In Quists visie is het niet ondenkbaar dat monumentale gebouwen worden ingezet voor hedendaagse opgaven. “Het is een opgave voor ons allemaal”, zegt hij. “We kunnen best concluderen dat we niet om elk historisch gebouw een hekje moeten zetten met een bord ‘museum’ op de deur. We moeten accepteren dat dingen veranderen, willen we een duurzame toekomst tegemoet gaan. Ja, er zal wel eens iets misgaan, maar waar gehakt wordt vallen spaanders.” Bovendien kan deze manier van denken juist positief werken voor de cultuurhistorische waarde, argumenteert Quist. “Veel panden waren bij een klassieke manier van denken rucksichtslos gesloopt, zoals een school die geen functie meer heeft maar wel beeldbepalend is. Als je dat kan renoveren en een andere functie kan geven, blijft de architectonische samenhang in de wijk behouden.”

'Veel van de opgave is op te lossen in de eerste ringen om steden heen'

Een progressievere aanpak van (monumenten)renovatie stuit natuurlijk op complexe situaties, geeft Quist toe. “Is de functionele waarde belangrijker dan een laatste stukje 19e-eeuws metselwerk? Dat is lastig om te vergelijken”, zegt hij. “Ik wil daarover de dialoog openen. Ik denk namelijk dat wij, als BV Nederland, het ons niet kunnen veroorloven monumenten te laten voor wat ze zijn. We moeten ons realiseren dat de meeste meters die we nodig hebben er al zijn. Ik wil de woningbouwopgave niet bagatelliseren, want er zijn gewoonweg meer woningen nodig, maar het is geen uitgemaakte zaak dat er daarom allemaal nieuwe vinex look-a-likes gemaakt moeten worden. Veel van de opgave is op te lossen in de eerste ringen om steden heen.”

‘Renovatie kan leren van erfgoed en nieuwbouw’
Renovatie en verdichting door herontdekking van jaren ’70 woningbouw (afstudeerproject Linde Petit dit de la Roche, 2020)

Dáár is innovatie te behalen. “Niet zozeer in producten, maar in concepten”, zegt Quist. Bouwen in stedelijke context is namelijk complex, want geen situatie is gelijk. “Alles is contextspecifiek. Dat vraagt wat van iedereen in de keten, van architect tot schilder en alles ertussenin. Het kan best betekenen dat er op een locatie drie woningen bij moeten komen, er twee bestaande worden gesplitst in vier en het kantoortje om de hoek wordt getransformeerd.” Dat maakt de uitdaging des te ingewikkelder, snapt de universitair docent, maar volgens hem weegt dat absoluut op tegen een volledige nieuwbouwwijk. 

Deuren openen

Bovenstaande inzichten zijn makkelijk uitgesproken, maar moeilijk in de cultuur te verweven. Desalniettemin is precies dat – het uitspreken van de opgaven, kansen en belemmeringen – volgens Quist een quick win. “Als architect, academicus, bouwer of ambtenaar schieten we nog vaak in de reflex van ‘zo doen we het altijd’”, zegt hij. “Door een stapje terug te zetten en ons afvragen waarom we dat zo doen, opent de dialoog.” Dat dit mogelijk is én wenselijke resultaten geeft, is volgens Quist te zien aan hoe wij intussen met kerken omgaan. “Die worden gerenoveerd of omgebouwd naar een andere functie. Dat had je tien jaar geleden niet zomaar kunnen doen. Hetzelfde geldt voor leegstaande kantoren van dertig jaar geleden.”

'Studenten kunnen relatief eenvoudig deuren openen die normaal gesproken potdicht zitten'

Aan de academicikant ziet Quist een andere win, namelijk de studenten. “Zij hebben een andere culturele bagage”, zegt hij. “Zijn staan frank en vrij in zo’n dialoog en kunnen, in gesprek met externe stakeholders, relatief eenvoudig deuren openen die normaal gesproken potdicht zitten. Desnoods zetten ze hem op een kier, maar dan krijg je er wel een voet tussen. Dán gebeuren er dingen.” Bovendien is de wisseling van nieuwbouw naar renovatie al sterk zichtbaar in de nieuwe garde, zegt Quist: “Als ik naar de afstudeerprojecten aan de faculteit Bouwkunde kijk, dan heeft het grootste deel met de bestaande context te maken.”